Natascha van Weezel.Beeld Agata Nowicka

Mijn moeder is een feministe pur sang

PlusNatascha van Weezel

Ik open de deur van mijn ouderlijk huis – ik vind het nog steeds moeilijk om het over ‘mijn moeders huis’ te ­hebben – en zie dat de goudkleurige stalamp is vervangen door een nieuw exemplaar. Deze nieuwe lamp heeft de vorm van een witte spaceshuttle. Mama ziet dat ik er kritisch naar kijk. “Vind jij hem niet mooi?” vraagt ze. Ik haal mijn schouders op: “Hij heeft een ­gekke vorm, en waarom is de oude weg?”

Mijn moeder is een feministe pur sang. Ze heeft haar hele leven fulltime gewerkt. Toch was de rolverdeling tussen mijn ouders in zekere zin traditioneel: zij kookte en zorgde voor de boodschappen; hij zette het vuilnis buiten en deed de klusjes. Hoewel mijn vader onhandig was, was hij ook zeer vastbesloten. Soms was hij drie kwartier lang tevergeefs bezig om een schilderij aan de muur te bevestigen. Mijn moeder zei op een gegeven moment: “Hou toch op, we vragen het wel aan de ­buren.” Mijn vader werd dan een beetje boos en beet mijn moeder toe dat ze hem altijd ontmoedigde.

Ongeveer vijftien jaar geleden kochten mijn ouders de gouden lamp. Het bleek nogal ingewikkeld om de spotjes erin en -uit te draaien. De eerste keer dat er een peertje sprong, was mijn vader er uren mee in de weer. Dit klusje lukte hem écht niet, dus tilde hij de hele lamp op en nam hem mee in zijn auto. In de lampenwinkel liet hij er een nieuw peertje inzetten. Zo bleef hij dat altijd doen.

“Vorige week was het peertje weer gesprongen,” zegt mijn moeder nu. “Maar ik kan natuurlijk niet auto­rijden, dus ik dacht: laat ik maar gewoon een nieuwe lamp kopen.Volgens de verkoper zitten hier ledlampjes in, die ­kunnen wel dertig jaar mee zonder dat je ze hoeft te vervangen. Vind jij hem echt niet mooi?” Ik mompel iets over een spaceshuttle. Mijn moeder staart er nu ook nog een keer grondig naar: “Ik zou het eerder modernistisch noemen.”

Wanneer ik ’s avonds naar huis ga, zie ik onze oude, gouden lamp bij het grofvuil liggen. Direct naast de ­ondergrondse vuilniscontainers. Ik blijf even stilstaan. Voor me stopt een busje. Twee mannen openen de ­portieren en bestuderen de berg met grofvuil. Ze ­graven erin. “Doet het nog prima, als je er een nieuw peertje ­indraait,” hoor ik de ene man tegen de andere zeggen. Ze laden de lamp in hun bestelbus. Eigenlijk wil ik schreeuwen dat het onze lamp is, papa’s lamp, en dat zij er met hun poten vanaf moeten blijven. Ik bijt op mijn lip en adem langzaam in en uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden