Beeld Sjoukje Bierma

Mijn meisje. Ze ligt in de kreukels, maar ze is spring­levend

PlusMaarten Moll

Vanochtend belde Jongste Dochter.

Ik nam op. Hoorde een lach in mijn oor.

“Pap, het is videobellen!”

Ze zag er nog wat slaperig uit. De nacht was goed verlopen. Beetje pijn vanwege de drain in haar borst. Ze moest waarschijnlijk nog de hele week in het ziekenhuis blijven. Dat met die milt was toch nog veel erger dan we dachten, die was bijna doormidden.

Ze kon zich nog steeds niets herinneren van haar val.

Ze wees op de roodblauwe plek aan de zijkant van haar oog. “Dat is de oorzaak van die amnesie.”

Maar ze was van de ic af.

En ze had alweer praatjes.

“Ik heb toch mijn scheikunde gehaald!”

Ik zag een hand die een bord bij haar neerzette.

Daarna zag ik een verpakking jong belegen kaas. Daarna het afkeurende gezicht van Jongste Dochter.

“Weet je nog dat ik vroeger al alleen maar oude kaas wilde?”

Ja, dat weet ik nog wel. Vroeger. De drie P’s die ze niet lustte: pizza, pasta, patat. (Hoe doen jullie dat, vroegen vrienden.) Maar wel oude kaas, ossenworst, olijven. En in Frankrijk at ze vrolijk van mijn portie slakken mee.

Af en toe zag ik haar met haar gezicht trekken, maar ze zei niets.

Ex, die haar zondag naar het ziekenhuis bracht, vertelde dat ze tijdens alle onderzoeken, en de ingreep om de drain te plaatsen, ook al geen kik gaf. “Die man poerde echt best hard met zo’n apparaat tussen haar ribben, maar ze liet niets merken.”

(Ik geloof niet dat ze dat van mij heeft. Toen Ex een vruchtwaterpunctie onderging, met Jongste Dochter in haar buik, en een verpleegkundige met een enorme naald kwam aanzetten, ging ik bijna van mijn stokje. Werd ik opgelapt, terwijl zij die naald kreeg. Ik schaamde me dood.)

Waar Jongste Dochter ook niets van had laten merken was het ding dat ik zag toen ze me maandag de bedrading die over haar lijf loopt toonde.

Ik dacht eerst dat ik het niet goed had gezien. Een drain in haar navel?

Ik tilde het ziekenhuisjasje nog eens op.

Een navelpiercing.

“Een navelpiercing?”

“Ja,” zei Jongste Dochter, “in één keer goed.”

Die moet zo ongeveer gezet zijn toen ze nog geen minuut uit huis was.

“Waarom heb je niet gezegd dat je dat ging doen?”

“Ik was een beetje bang dat je dat niet goed zou vinden.”

Mijn meisje. Ze ligt in de kreukels, maar ze is spring­levend. Ondank een hersenschudding, een klaplong, een gescheurde milt en drie gebroken ribben. En ongeduldig. Ze wil weer naar buiten. Gaan. Doen. Leven.

Met die navelpiercing.

Het staat haar prachtig.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden