Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Mijn lichaam schreeuwt om een kus, een hand

PlusTheodor Holman

Maatregelen.

Een woord dat aan onheilspellende mysterie heeft gewonnen.

Het waren de ‘nieuwe maatregelen’ die voor de kindertoeslagaffaire zorgden. Een maatregel op een maatregel, met uitzonderingen waarvoor nieuwe maatregelen verzonnen moesten worden. Het werd een labyrint van maatregelen.

Het zijn de maatregelen die voor het algemene chagrijn onder ons volk zorgen.

Maat en regel, ze houden elkaar vast, maar stoten elkaar ook af. Die avondklok is dat een goede maatregel?

Het is een klok die regelmatig tikt naar eenzaamheid, zoals alle maatregelen rond het coronavirus.

Een maatregel is een ketting, een keurslijf. En er komen steeds nieuwe kettingen en keurslijven bij. Je loopt op straat en bent blind gemaakt, doof gemaakt – je kunt nergens meer heen, je kunt niets horen, je kunt niets zien. Ik wil naar theater, bioscoop, kroeg, restaurant, want mijn ogen hebben werk nodig, mijn oren worden stijf en willen zich dichtvouwen, mijn smaakpapillen moeten beproefd. En het ergste is dat mijn lichaam schreeuwt, kreunt om een kus, een wang, een mond, vingers, een hand.

De maatregelen verbieden het.

Maatregelen ontwikkelen een opgedrongen moraal.

Zodra ik het woord maatregel hoor, raak ik uitgeput, terwijl ik niets anders doe dan op de bank liggen. Elke nieuwe maatregel duwt me in een toestand van neurotische lethargie.

Corona maakt je zwaar benauwd, maar de maatregelen zorgen voor een geestelijke verstikking. Ook mijn geest wil ademen! Zuurstof!

Het is mijn karakter om een maatregel te overtreden.

“Dit moet!”

“O ja? Dit moet helemaal niet!” Zo ben ik getraind, als een hond die zich juist niet aan maatregelen wil houden. Maatregelen zijn tegennatuurlijk. De wind doet wat hij wil, de rivier loopt waar hij wil stromen, de vogels vliegen vrij in het rond. Maar ik moet al van alles, en daar komen dan maatregelen bij!

Ik heb er zo schoon genoeg van.

Rond 1965 liep ik door het Stedelijk Museum. Daar was The Beanery van Edward Kienholz. Kienholz had een bar nagemaakt. Mensen met hoofden als klokken zaten op de barstoelen. Ik was twaalf, dertien jaar. Op de achtergrond hoorde je mensen spreken, maar ze waren niet te verstaan, de tijd stond stil, alles was midden in de beweging gestopt. Het was een dystopie in een vrolijke omgeving.

Als puber liep ik door die bar.

Nu ben ik zelf iemand geworden met een hoofd als klok die stilstaat.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden