Column

Mijn leven is de prachtigste sleur

James Worthy
James Worthy Beeld Agata Nowicka
James WorthyBeeld Agata Nowicka

Een bejaard koppel zit op een bankje in de Hortus Botanicus. Ze praten over een tv-serie die ze gisteravond hebben gezien.

Een serie over een onsuccesvolle schrijver die een affaire met een serveerster begint, een boek over haar schrijft en door dat boek succesvol wordt. Een serie over ontrouw. Een serie over de sleur en over hoe mensen de sleur als excuus voor overspel gebruiken.

"Ik snap niet dat mensen aan de dagelijkste sleur denken te kunnen ontsnappen door voor de zoveelste keer precies aan hetzelfde proces te beginnen," zegt de man.

"Ben jij nooit vreemdgegaan dan?" vraagt de vrouw. Ze draagt een donkergroene regenjas en speelt met het touwtje waarmee ze haar capuchon strak kan trekken.

"Nog nooit. Ik heb alleszins kansen gehad, maar dat was voor mij eigenlijk al genoeg. Ik had de kansen, maar als ik weet dat iets kan, hoef ik het niet meer te doen. Begrijp je dat?"

"Met wie had je vreemd kunnen gaan dan?"
"Met de dwarsfluitlerares van onze dochter."

"Met Machteld?" vraagt de vrouw.
"Ja, Machteld. Haar gretige verlangen deed mij altijd aan een opdringerige mug denken."

"En met wie had je nog meer vreemd kunnen gaan?"
"Met de vrouw van je broer."
"Met Hannelore?"

"Ja, die had er ononderbroken goesting in. Ik weet nog een keer dat ze op tweede kerstdag de juskom uit ons keukenkastje pakte. En toen ze op haar tenen stond, toen ze daar zo volledig uitgerekt stond, fluisterde ze mijn naam en trok ze haar jurk omhoog. Ik had nog nooit zoiets gezien."

"Hoe bedoel je, Frans?"

"Het was vijftig jaar geleden, schat. Alle vrouwen hadden toen nog gewoon schaamhaar, maar Hannelore niet. Ze was haar tijd ver vooruit. Maar genoeg over mijn kansen. Jij hebt vast ook ontelbaar veel kansen op ontrouw de revue zien passeren. Met wie had jij het kunnen doen?"

"Met vrijwel alle mannen in Amsterdam. Ik was een mooie vrouw."

"Nee, je bent een mooie vrouw. De mooiste, Kitty. Ook op je zevenentachtigste. Als jij door de stad loopt, willen alle mannen van mijn leeftijd hun hoofd draaien om je tot het einde der tijden na te kijken, maar onze nekken zitten te vast."

"Onze buurman heeft het een paar keer bij me geprobeerd."

"Fons? Weet je dat ik niet eens boos op hem kan zijn? Iedere man die het niet bij jou heeft geprobeerd, ­begrijpt niets van het leven."

"Cobus de barman wilde me ook een keer zoenen."

"Dan mankeerde er niets aan zijn ogen. Ik salueer de beste man. En wie nog meer?"

"De voetbaltrainer van onze Jordy."
"Ome Leo? Die met dat toupetje?"

"Ja, en bij hem twijfelde ik nog het meest. Hij was best lief. Leo stopte altijd liefdesbriefjes in de vuile voetbalkleding van onze zoon. Ik las ze terwijl de wasmachine draaide. Die man kon echt schrijven."

"Maar je hebt nooit iets met hem gedaan, toch?"

"Nee, hij was opeens dood. Zijn laatste briefje zit overigens nog steeds in mijn portemonnee."

"Wat staat erop dat briefje dan?"
"Je man is de grootste geluksvogel die ik ken."

"Dat klopt, Kitty. Mijn leven is de prachtigste sleur. Hij had gelijk. Ik ben de allergrootste geluksvogel die hij kende. De allergrootste. En jij bent mijn vleugels."

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug. Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden