Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki

Mijn hormoonspiegel daalt, ik word sentimenteler

Plus Theodor Holman

Mijn dochter moest worden geopereerd aan haar voetjes. Iets erfelijks, geloof ik. Na een dag in het ziekenhuis te hebben gelegen mocht ze naar huis. Ik haalde haar met de auto op.

Opeens reed ik haar in een rolstoel door de gangen van het ziekenhuis.

1999.

Ik rijd mijn moeder door het ziekenhuis.

Of ze mij heeft herkend, weet ik niet.

“WIL JE IETS DRINKEN?” vraag ik.

“Ik ben niet doof!” zegt ze.

Zelfs mijn knokkels worden rood van schaamte, want inderdaad dacht ik haar geestelijke handicap te kunnen overschreeuwen.

In het café bij het ziekenhuis vraag ik weer wat ze wil drinken.

“Nee, ik moet niet naar de wc,” antwoordt ze.

“Wat wil je drinken, mam?”

Op haar hoofd groeien weer wat stekeltjes. Naar het lit­teken kijken dat dwars over haar schedel loopt, vind ik moeilijk, maar ik moet wel, want ze zit er steeds aan te krabben. Ze geeft geen antwoord.

“Zijn er hier pappen?” vraagt ze.

“Pappen?”

“Die man…” Ze wijst naar een Aziaat die allemaal slangetjes in zijn neus heeft en ons vriendelijk toeknikt. Ik begrijp dat mijn moeder ‘jappen’ heeft willen zeggen.

“Nee, mam. Die zijn hier niet.”

“Waar is mams?” vraagt ze.

“Pap! Godverdomme, je rijdt verkeerd. Je moet de gang links in!” schreeuwt mijn dochter.

“O ja,” zeg ik dom.

Als bij mannen de hormoonspiegel daalt, worden ze sentimenteler – hoewel ik liever het woord ‘gevoeliger’ gebruik. Zonder dat ik er iets aan kan doen, lopen er tranen langs mijn wangen. Het is een combinatie van de gedachten aan mijn moeder en mijn dochter zo in een rolstoel te moeten ­rijden. Haar gevloek doet me, gek genoeg, deugd.

Mijn hormoonloze oogvocht weet ik handig weg te wissen en ik kan het, bij eventuele ontdekking, wijten aan de moeite die het mij kost om haar in de auto te krijgen. Hoewel, het besef van haar armen die ik sinds jaren weer even om mijn nek voel, bezorgen de traankabouters weer werk.

“Weet je dat ik oma…”

“Dat verhaal heb je nu al tien keer verteld, pap.”

“Ja, maar…” Ik moffel de rest van de zin handig weg in gedoe met de rolstoel en mijn auto.

Mijn vader heb ik maar twee keer zien huilen. Toen de hond was gestorven en ik hem vertelde dat mijn dochter was geboren.

“Als ze maar geen oorlog meemaakt,” snikte hij.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden