Erik Jan Harmens. Beeld Artur Krynicki
Erik Jan Harmens.Beeld Artur Krynicki

Mijn hoofd staat op ontploffen

PlusErik Jan Harmens

Mijn hoofd zit zo vol dat ik bang ben dat het gaat ontploffen: boven aan mijn romp zal een gapend gat ontstaan. Ik voel me een computer vol dansende nullen en enen.

Er ligt niet echt iets concreets aan mijn op tilt slaan ten grondslag. Slecht gaat het niet, en toch onrust.

Wat niet helpt, is dat ik elke nanoseconde op mijn telefoon kijk. Steeds check ik of iemand me heeft gemaild of geappt of geliket. Normaal krijg ik daar een geluidsmelding van, maar die heb ik uitgezet om het aantal prikkels te verminderen, dus moet ik wel kijken.

Wat ook niet helpt zijn de vliegtuigen die soms zo laag overkomen dat ik spontaan het themamuziekje van Air Crash Investigation begin te fluiten.

Wat zeker óók niet helpt is dat ik, waar ik ook kom, de top 10-hit Early in the Morning hoor van Kris Kross Amsterdam. Er zit een heel doordringend keyboardgeluid in dat mijn brein uitholt als een tandartsboor. Of het vult mijn brein juist op, met iets heel lelijks dat er voor altijd blijft zitten, als een hardnekkige tumor.

Meestal knap ik wel op van met de hond wandelen. Maar in het park loopt een oude vrouw me tegemoet en haar hond loopt los, terwijl overal staat aangegeven dat aanlijnen verplicht is. Ik spreek niemand op die regel aan, althans niet hardop. In gedachten trek ik mensen aan een oor mee naar een van de borden met het gebod erop. De vrouw roept haar hond bij zich, maar die is Oost-Indisch doof.

Ze laat het er niet bij zitten en gaat heel hard op een fluitje blazen. Het snerpen gaat door merg en been, ik heb zin om het ding van haar af te pakken en stuk te trappen. Het fluiten helpt ook nog eens voor geen meter, de hond komt nog altijd niet.

Even verderop nóg iemand met een loslopende hond. ik denk: misschien is het vandaag andersomdag en heb ik als enige het memo niet gekregen.

Deze keer besluit ik tot een passief-agressieve reactie: dit tweede baasje ga ik compleet negeren. Hij groet mij wel, heel vrolijk zelfs, maar ik kijk ostentatief de andere kant op. Uiteindelijk ben ik niet erg tevreden over deze actie.

Mocht de voorbijganger deze column lezen: het spijt me, ik bedoelde het niet zo. Op dat moment wel, ik voelde een blinde haat jegens u, maar die was aangewakkerd door mijn smartphoneverslaving, het geluid van laag overkomende vliegtuigen en dat pestliedje van Kris Kross Amsterdam.

Hoe meer ik mijn best doe om het niet te horen, des te harder het begint te tetteren. Het duurt niet lang meer voor mijn hoofd echt gaat ontploffen. Het kaboem zal het liedje voor even overstemmen.

Erik Jan Harmens (1970) is schrijver en dichter. Hij schrijft elke week een column over prikkels en andere zaken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden