Paul Vugts. Beeld Artur Krynicki
Paul Vugts.Beeld Artur Krynicki

Mijn hoed af voor wie géén flesje naar de moordverdachte gooit

PlusPaul Vugts

Paul Vugts

Geregeld stel ik het me voor, gezeten aan de perstafels ergens achter de verdachte van een moord, en voor de nabestaanden van het slachtoffer. Zou ik het, als mijn naaste was vermoord, kunnen? Stilzitten, aandachtig luisteren naar de beklaagde, de aanklagers en de rechters? Het recht kalm op zijn beloop laten – zoals dat hoort en moet zijn?

Best vaak kan ik het me niet goed voorstellen.

Dan verplaats ik me in de nabestaande die ten diepste overtuigd is van de schuld van de verdachte. De man, meestal, die daar voorin de zaal volkomen terecht dé centrale persoon is in het strafproces, vanwege die cruciale ‘onschuldpresumptie’ (je bent onschuldig tot de rechters het tegendeel bewezen achten).

Ik voel die emoties achter mijn rug opborrelen.

Deze week schoot een oom van Serdar Ay door zijn remmen. Zijn neef is volgens alle partijen doodgeschoten omdat de daders een ander wilden liquideren, in wiens auto de ongelukkige eten haalde.

De verdachte die volgens justitie de liquidatie mee voorbereidde door een zender onder de auto van het doelwit te plakken, schermt volgens de nabestaanden de schutters af door te zwijgen.

Whooooshhhh. Daar vloog een flesje fruitsap naar hem. Mis, gelukkig. Andere familieleden ontstaken in gedreig. Eerst in de zaal, later vanaf de tribune waarnaar ze toch maar werden verwezen – achter dik glas.

De rechtbank probeerde de zaken te deëscaleren, zoals dat modern heet, en dat lukte best. Knap, want het vasthouden van een zacht timbre is cruciaal.

Ik dacht aan de zaak over de doodgeschoten kroegbaas waarin meerdere vriendinnen pas na zijn dood hadden begrepen dat ze niet zijn enige liefde waren. De rechtbankvoorzitter waarschuwde dat de haarscherpe beelden van de moord confronterend zouden zijn. De ene weduwe ging de gang op, de andere bleef – en sprong richting de verdachte. De parketpolitie, gelukkig scherp als een mes, wist haar ternauwernood te kalmeren.

Ik dacht aan de opgepompte vrouwenhandelaars – type Dwayne Johnson of Arnold Schwarzenegger, kiest u naar gelang uw generatie uw referentie – die vol testosteron dan wel de timide tolk van half hun lengte en breedte uitkafferden, dan wel woest hun shirt uittrokken (?!) vanwege kritische vragen van de rechters.

Dan denk ik: het is wonderbaarlijk hoe rustig en sereen veel slachtoffers, nabestaanden en verdachten zich houden in die cruciale uren in hun leven, waarin ze op gerechtigheid hopen – of dat nou de zwaarst denkbare veroordeling is of vrijspraak.

Hoe knap.

Laat ik hier mijn denkbeeldige hoed diep afnemen voor de verdachten die zich in hun rollercoaster gedeisd houden, en de nabestaanden die níet in alle staten op de verdachte afstormen. De term wordt te vaak misbruikt, maar is hier gepast: respect.

Paul Vugts schrijft elke vrijdag over zijn werk als misdaadverslaggever. In de Taghi Podcast vertelt hij samen met collega Wouter Laumans over ontwikkelingen in het proces rond Ridouan Taghi.

Reageren? paul@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden