Column

Mijn hele leven ben ik nog nooit eerlijk tegen een ober geweest

James WorthyBeeld Agata Nowicka

De ober komt naast ons tafeltje staan en vraagt of alles naar wens is. Mijn vrouw kijkt me aan, met het vuur in haar ogen zou ze een feniks kunnen cremeren.

Ik begrijp haar vuur. Het is natuurlijk ook van de zotte dat ik in mijn hele leven nog nooit eerlijk tegen een ober ben geweest. Alles is altijd naar wens. Het is net of ik niet eerlijk kan zijn in een ruimte waar ook servetten zijn.

De ober vraagt het nog een keer. Met zijn zenuwachtige handen grabbelt hij in een wolk die voor hem hangt, hij voelt de bui al hangen. Onder de tafel schopt mijn vrouw tegen mijn schenen aan, ze heeft speciaal voor vanavond puntige schoenen aangetrokken.

De arme jongen hangt als een rouwkrans aan ons ­tafeltje. Hij krabt aan de tatoeages op zijn armen. Zijn nagels gaan over een vogel, over een bloem, over een mes en over een hart heen.

Ik kan dit niet. Ik wil dit niet. Mijn vrouw herhaalt zijn vraag. Als ze boos is, gebruikt ze allebei mijn voornamen, maar ze is nu zo boos dat ze me een extra voornaam heeft gegeven.

"Ja, is alles naar wens, James Patrick Govert?"

Govert? Ik had ooit een Govert in de klas. En zij weet dat ik met een Govert in de klas zat. Ik heb haar over hem verteld. Hij was mijn eerste en enige aartsrivaal.

"Nee, om eerlijk te zijn was niet alles naar wens," zeg ik, en vrijwel direct kan ik het hart van mijn vrouw ­horen ontdooien. Onder de tafel vormt zich een plasje smeltwater.

"De soep was iets te zout en de boter was verre van smeerbaar. Ik vind dat altijd zo zonde. Dat je niets ­anders kan dan gaten in het brood smeren. O ja, en de soep smaakte naar hoestdrank."

"Wat voor hoestdrank, meneer?"

"Wel van die goede hoestdrank. Die dure. Die tegen vastzittende nogwat."

"Ik zal het tegen de chef zeggen."

Shit, de ober gaat me verklikken. Daarom heeft hij een tatoeage van een mes op zijn arm, zodat hij te allen tijde een mes in mijn rug kan prikken.

Ik ben al mijn hele leven bang voor chefs. Grotendeels omdat ze vrijwel nooit zelfspot hebben, maar wel altijd over scherpe messen beschikken.

Uit de keuken komt een man gelopen. Hij ziet eruit als een rockster. Hij heeft een zakdoek om zijn hoofd ­geknoopt en draagt een bril die ervoor moet zorgen dat de wereld hem kan zien.

"Er was iets mis met de velouté?"

Mijn vrouw heeft haar puntige schoenen uitgedaan en wrijft met een blote voet over het stadskwartier waar mijn verlangen woont.

"Ik vond de soep een beetje zout."

"Mag ik even proeven?" vraagt hij.

Nog voor ik antwoord kan geven, pakt hij een lepel uit zijn schort en schept hij wat soep bij zichzelf naar ­binnen.

"De velouté is inderdaad wat aan de ziltige kant. Zou ik u kunnen verblijden met een gratis dessert?"

"Nee, hoor, u hoeft mijn eerlijkheid niet te belonen."

"Maar ik sta erop."

"En ik til u er weer vanaf."

Mijn vrouw heeft haar puntige schoenen weer aan­gedaan en schopt deukjes in mijn scheen. Ik begrijp haar. Eerlijkheid duurt lang, maar een gratis crème brûlée met cointreau en witte chocolade duurt voor altijd.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden