Plus Column

Mijn handen zijn niet de handen van een sleutelaar

James Worthy Beeld Agata Nowicka

In de Valckenierstraat staat een man aan een motor te sleutelen. Het is een motor met zijspan. Op de stoep ligt een vlekkerige theedoek vol tangen en sleutels. De man neuriet een liedje. Ik zeg goedemorgen en ga achter hem staan.

De man is zo lief voor zijn motor. Dit is geen sleutelen, nee, dit is masseren. Hij pakt het allerkleinste tangetje en verdwijnt met zijn hand in een opening. De man gaat heel voorzichtig te werk. Het is alsof hij met dat kleine tangetje een splinter uit het motorblok probeert te halen.

"Heb je zelf een motor?" vraagt hij. Ik laat mijn handen zien, zodat ik geen antwoord op zijn vraag hoef te geven. Mijn handen zijn niet de handen van een sleutelaar. Ze zijn te zacht. Mijn vingers repareren niets en zijn als de dood voor slijpmachines en hamers.

Ik verzorg mijn handen alsof het mijn kinderen zijn. In de ochtend smeer ik ze in en voor het slapengaan geef ik er kusjes op. Slaap lekker, kinderen. Ik hou van ze. En bescherm ze met mijn leven. Als het zou kunnen, zou ik de hele dag handschoenen van bubbeltjesplastic dragen.

"Heb je wel iets met motoren dan?"

"Niet per se."

"Waarom blijf je dan kijken?" vraagt de man brommerig.

"Zijspannen, ik heb heel veel met zijspannen. Ik word gelukkig van die dingen. Gewoon het feit dat de bedenker op een ochtend zin had om iemand mee te nemen.

In die tijd kon er nog niemand achterop toch?"

"Dat klopt, duozadels had je toen nog niet."

"Neem je vaak mensen mee?"

"Vroeger wel. Mijn vrouw vond het prachtig in dat karretje. Dan stopte ze allemaal lekkere dingen in een picknickmand en dan reden we naar Muiderberg. Tijdens het rijden keek ik vaker naar haar dan naar de weg. Hoe ze daar zo zat in dat karretje. Met die wapperende wangen. En ze was ook niet bang. Veel ex-geliefden waren bang in dat karretje. Als we uit de bocht vliegen, dan vliegen we samen en dan zijn we elkaars vangrail, zei ze weleens."

"Hoe voelde het dan samen op die motor? Want zo'n zijspan is toch gek. Je bent samen maar toch alleen. Vrijheid heeft een schaduw als je op zo'n ding zit." "Het voelde alsof we een tweeling in een baarmoeder waren. Ze zit nu trouwens ook in het karretje."

Ik kijk in het karretje en zie een marmeren urn in een boodschappentas van de Jumbo. De deksel zit met dikke lagen plakband aan de rest van de urn vastgetaped.

"Waar gaan jullie heen?"

"Dat mag zij zeggen."

Daarna mompelt de man wat.

"Wat zeg je?" vraag ik.

"Ik ben aan het bidden dat het vandaag droog blijft. Bid je met me mee?"

"Ik heb nooit leren bidden."

De man stapt op de motor zonder dag te zeggen. Hij zwaait pas naar me aan het einde van de straat. Dan rijdt hij links de Weesperstraat op. Richting de snelweg. Ik blijf staan tot ik zijn motor niet meer kan horen. En als ik zijn motor niet meer hoor, hoor ik iets anders. Heel zachtjes hoor ik het plakband wapperen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.