Babs Gons. Beeld Artur Krynicki
Babs Gons.Beeld Artur Krynicki

Mijn grootouders, zij die me mijn eerste Amsterdam gaven

PlusBabs Gons

Mijn eerste kennismaking met Amsterdam was middels logeerpartijtjes bij mijn grootouders, toentertijd woonachtig in een appartement bij het Vondelpark, toen de huizen daar nog een paar gulden kostten.

Die logeerpartijtjes openden voor mij een magische nieuwe wereld. Alleen al tram 14 die rinkelend voorbij denderde over de Koninginneweg was een belevenis. Vooral als ik ’s avonds in het souterrain lag, soms vergezeld door mijn neef en nicht. Het was er pikkedonker want alleen aan de tuinkant, waar mijn grootouders sliepen, bevonden zich ramen.

In mijn herinnering stonden er wel tien bedden met veringen waar we eindeloos op sprongen, in het echt zullen het er drie of vier zijn geweest. De gang was van marmer, voor ons een ware glijbaan op sokken. In de voorkamer woonden opoe en poes, totdat ze er beiden niet meer waren.

Mijn favoriete plek was het kleed voor de platenspeler. Urenlang lag ik daar te luisteren naar platen van Tita Tovenaar, Calimero, Pippi Langkous en Tol Hansse. Uit volle borst zong ik mee met Big city. Mijn eerste lied over Amsterdam: Waar ter wereld ik ook kwam/ Nimmer trof ik zo een bende/ Als in ‘t oude Amsterdam.

Mijn oma nam me mee naar het Anne Frank Huis, bioscoop Alhambra en het De Mirandabad. Met mijn nichtje rolschaatste ik in het Vondelpark.

Mijn opa gaf mij de nacht van Amsterdam. Hij was nachtwaker bij een aantal grote bedrijven die zich bevonden op wat we nu de Zuidas noemen en heel soms nam hij mij en mijn nichtje mee. In het donker reden we door de Amsterdamse straten om vervolgens mee te lopen op zijn rondes door de enorme gebouwen. Op elke verdieping waren tientallen deuren naar kantoren. Mijn opa moest bij al die kamers controleren of de ramen dicht waren en of er geen indringers waren.

Ik weet niet of je er nu nog mee weg kunt komen, je kleinkinderen meenemen op boevenjacht, maar het waren de jaren zeventig: de tijd dat je als kind nog wel eens ’s avonds speelde op de grond van rokerige cafés en je zonder gordels in een Eend of een Daf zat – voorin. En omdat ik op het tapijt voor de platenspeler al zo vaak verhalen had gehoord over het vangen van boeven, Pippi deed het ook, vond ik het niet eng.

Intussen woon ik hier nu al meer dan 25 jaar en heb ik Amsterdam mijn eigen stad gemaakt. Toen mijn oma als laatste van mijn grootouders overleed, nam ik een plant van haar in huis, een lidcactus die één keer per jaar bloeit. Ik weet nooit precies wanneer, maar als er opeens midden in de kamer een roze bloem prijkt, voel ik dat het tijd is om even stil te staan bij mijn grootouders, zij die me mijn eerste Amsterdam gaven.

Spokenwordartiest, schrijver en ­docent Babs Gons maakt ons deelgenoot van haar belevenissen. Lees al haar columns hier terug.

Reageren? b.gons@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden