Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki

Mijn fantasieën werden steeds meer erotisch gekleurd

Plus Theodor Holman

Mijn dagboek uit 1969 heb ik destijds na twee maanden vernietigd. Ik schreef niet op wat er op een dag gebeurde, ik beschreef mijn fantasieën en die raakten steeds meer erotisch gekleurd. 

Die fantasieën beperkten zich niet alleen tot klasgenoten van het vrouwelijk geslacht, maar ook het vrouwelijk onderwijzend ­personeel bleek, als ik met mijn geestesogen naar ze keek, zeer verliefd op mij te willen worden en genegen tot plotselinge ontkledingen en erotische acrobatiek.

Zo ontstond het ene porno­verhaal na het andere en ik wist op het laatst niet meer in welke uithoek van het ouderlijk huis ik mijn schrift moest verbergen. Stel dat mijn ­moeder… ze zou merken dat ik… O nee, dat nooit! Dus ­verbrandde ik mijn dagboek in de tuin. Maar dat doofde mijn geheime gevoelens niet.

Mevrouw D., mijn lerares Frans, die zich, wat ik me nog uit mijn dagboek kan herinneren, uit wanhoop in mijn ­jongenskamer – nadat ze had ­gehuild om iets wat ze niet ­wilde vertellen en terwijl ik haar troostte met een zelf­gecomponeerd Dylanlied – ontdeed van haar strakke overhemdje, zodat ik uitzicht kreeg op haar borsten, waarna ze mij smachtend verzocht die te bevoelen, kreunende dat ze hevig verliefd op mij was, kwam ik, na zo’n vijftig jaar, onlangs tegen op het strand op Texel.

Bij Paal 9.

Ik herkende haar niet ­meteen, maar haar man zei: “Hee, ben jij Theodor?”

Toen herkende ik hem – en haar. Haar man was mijn ­klasgenoot Ronald.

Hoe kon dit? Na al die jaren kon ik nog een vreemde jaloezie voelen, terwijl Mevrouw D. de zeventig een paar jaar gepasseerd was en eruitzag als een in tweed geklede labrador. Waarom hij wel en ik destijds niet?

“Wie ben jij ook alweer?” zei ze en ik zei in het Frans: “Theodore, madame… de ­subjonctif gebruiken wij bij werkwoorden die een wil of een wens uitdrukken: aimer, dési­rer, souhaiter, vouloir.”

“Très bien,” zei ze lief, “je lijkt op een bekende Nederlander.”

“Hij is Theodor Holman, Louise. Ik zat bij hem in de klas.”

Ze kon het zich niet herinneren.

“Mijn geheugen gaat zo hard achteruit,” zei ze.

Ze hadden geen tijd en moesten ‘snel’ doorlopen. Ronald wees richting de zee. “Wie weet zien we elkaar nog wel eens,” zei ik.

En ze waggelden richting de Noordzee.

Waar is mijn dagboek dat ik heb verbrand? Mag ik het ­terug?

t.holman@parool.nl

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Lees ook:

- Amsterdammers, kijk eens goed naar uw eigen dealer

- Ik weet niet wat ik gedacht zou hebben in 1610

‘Jij weet niets van democratie. Je praat Baudet na’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden