Maarten Moll TeaserBeeld Sjoukje Bierma

Mijn eerste knuffel zat de laatste jaren in het donker

PlusMaarten Moll

Bij het op ruimen van een kast – leve de lockdown! – kwam ik Haasje tegen.

Haasje.

Signalement: 51 centimeter van pootjes tot de puntjes van zijn uitgestrekte oren.

Blauwe ogen in de vorm van een nul (0). Rode neus en mond.

Blauwe tuinbroek met losse schouderbandjes, met niets eronder.

Blauwe nagels. Grijs lijf.

Haasje is mijn knuffel. Mijn eerste knuffel.

Gehaakt. Een gehaakte knuffel. Het moet een haas voorstellen. Volgens mij gemaakt door mijn veel te jong gestorven tante Ans.

Hij – Haasje is altijd een hij geweest – is al zijn hele leven bij me.

De laatste jaren zat hij in het donker.

Ik ging met Haasje op bed zitten.

Als ik de biografie van Haasje zou moeten schrijven, ben ik bang dat ik niet ver zou komen.

Haasje is voor het eerst te zien op een foto die gemaakt is toen ik één jaar werd. Zie ik in het fotoboek dat mijn moeder ooit voor me gemaakt heeft.

Haasje ligt op de grond, naast een vrachtautootje, een paard op wielen en een verzameling plastic ringen van verschillende grootte en in verschillende kleuren. (Ik draag een luier, een lichtblauw vestje en gebreide sokschoentjes met veters. Op de achtergrond veel bruine meubels.) Het is, zo ontdekte ik, de enige foto waarop Haasje staat.

Ik ken geen verhalen van mijn vader die de auto keerde omdat Haasje nog thuis op mijn kamer lag. Of verhalen over afgebroken logeerpartijen. Of dat mijn moeder Haasje uit mijn handen rukte omdat Haasje nu wel erg begon te stinken en nodig in de was moest.

(Even over de naam. Mijn broertje had een knuffel die hij Beertje noemde. Het was inderdaad een beer. We hielden het graag simpel. Ik wilde onze hond Hond noemen, maar dat mocht niet.)

Brulpartijen omdat Haasje zoek was? Ik geloof het niet.

Ik heb ook geen herinneringen aan andere knuffels. (Haasje oogt niet agressief.)

Zijn nek is zijn kwetsbare punt. Er zijn daar meermaals door poppendokters herstelwerkzaamheden ­verricht. Gelukkig wel in dezelfde kleur.

En op zijn linkerbeen zit een gat in zijn broek. Er piept iets uit zijn blauwe been. Een roze-wit gestreepte zakdoek. Die had ome Jan, die ’s nachts koeien in zijn slaapkamer zag, ook. Ik geloof wel een dozijn.

In een bepaalde periode van mijn leven, toen er nog veel in het verschiet lag en ik me niet druk maakte over mijn verleden (weemoed was me nog vreemd), heb ik een keer tijdens een verhuizing met Haasje boven een vuilniszak gestaan.

Ik had hem bij zijn oren vast.

Ik had hem alleen maar los hoeven laten.

Sinds een dag of twee zit Haasje boven op de kast, tegen de muur geleund.

Gisteren dacht ik even dat ik hem zag lachen.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden