Lezersbrief

'Mijn buurvrouw schreeuwt om hulp'

Iedereen weet dat mijn verstandelijk beperkte buurvrouw alleen en hulpbehoevend is maar niemand grijpt in, schrijft journalist Herman Vijlbrief zaterdag in een lezersbrief.

'Waarom kijken hulpverleners niet bij elkaar over de schutting? Waarom gaat dit zo vaak mis?' Beeld anp
'Waarom kijken hulpverleners niet bij elkaar over de schutting? Waarom gaat dit zo vaak mis?'Beeld anp

Het gaat niet goed met mijn overbuurvrouw. Ze kan niet schrijven, niet rekenen en ze kan niet klokkijken. Ze heeft geen beltegoed voor haar mobiele telefoon, krijgt nooit bezoek. Ze is begin veertig, maar heeft het verstandelijke vermogen van een kind.

Tot voor kort woonde Nicole (niet haar echte naam) samen met haar twintig jaar oudere oom. Die deed boodschappen voor haar, kookte voor haar en zorgde dat ze een keer per week naar de dagbesteding ging. Nu is haar oom dood.

Sinds begin augustus woont mijn verstandelijk beperkte buurvrouw alleen.

Mijn buurvrouw is kwetsbaar, ze heeft hulp nodig. Buren helpen haar met boodschappen doen, bellen voor haar (politie, Eerste Hulp) en brengen eten.

Kat en sigaretten
Vanaf het moment dat haar oom is overleden, schreeuwt ze om aandacht.
Letterlijk. Nicole kan niet voor zichzelf zorgen, zelfs een kind kan zien dat ze hulpbehoevend is. Ze heeft geen dag-nachtritme en schreeuwt­ ­­
's nachts de hele boel bij elkaar. Alles wat ze heeft, zijn haar kat en haar sigaretten. Mijn buurvrouw schreeuwt om hulp.

De wijkagent is op de hoogte, het meldpunt Zorg en Overlast Amsterdam Oost weet ervan, net als de wijkbeheerder. Buren uit mijn appartementencomplex hebben ook de woningbouwvereniging gebeld.
Tientallen keren.

De afdeling Zorg en overlast van de woningbouwvereniging zegt de hulpverlening in te schakelen, er schijnt juridisch advies ingewonnen te worden.

Maar er gebeurt niets.

Geen onwil
Ik weiger te geloven dat het onwil is, maar inmiddels zijn we tweeënhalve maand verder. En woont mijn verstandelijk beperkte buurvrouw nog steeds alleen.

Vanochtend gebeurde er iets waar iedereen al die tijd bang voor was: er brak brand uit in de woning van mijn buurvrouw. Godzijdank zagen toevallige voorbijgangers rook uit haar huis komen.

De hulpdiensten waren snel ter plekke, ze wordt met ademhalingsproblemen naar het ziekenhuis gebracht. De schrik zit er goed in bij naaste buren met jonge kinderen, er is rookschade. Verder loopt het met een sisser af.

Voor nu.

Eens in de zo veel tijd lees je het in de krant: een jongen of een meisje dood, tientallen instanties en hulpverleners betrokken. En steevast na afloop een rapport: iedereen wist ervan, maar niemand greep in.

Als journalist maak ik er verhalen over, nu sta ik er als bezorgde buurman met mijn neus bovenop. En voel ik me machteloos.

Verschuilen achter regels
Waarom is er niemand die de regie neemt? Waarom schuift iedereen zijn verantwoordelijkheid op anderen af? Waarom kijken hulpverleners niet bij elkaar over de schutting? Waarom gaat dit zo vaak mis? Hoe komt het toch dat Nederlandse instanties zich altijd maar verschuilen achter regels en protocollen?

Inmiddels is mijn buurvrouw weer thuis. Zij kan het niet helpen. Maar ze verdient het om geholpen te worden. Niet 'zo snel mogelijk' of 'binnenkort'. Nee: nu, vandaag.

Zodat we straks niet weer in de krant hoeven te lezen: iedereen wist ervan, maar niemand greep in.

Herman Vijlbrief, Amsterdam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden