Massih Hutak. Beeld Artur Krynicki
Massih Hutak.Beeld Artur Krynicki

Mijn buurjongen richtte zich tot mij: of ik nog even over de oorlog wilde vertellen

PlusMassih Hutak

Massih Hutak

Ruim twintig jaar geleden kwam ik in Osdorp op de basisschool, in groep zes. Toen alle kinderogen mij aankeken en de juf me aanmoedigde om mezelf voor te stellen, begon ik nerveus te zingen. Het was het refrein van Acda & De Munniks Niet of nooit geweest, dat ik woord voor woord kon meezingen, met dank aan de radio’s in de azc’s waarop het nummer de hele dag te horen was. Geen idee wat ik zong, maar de overtuiging en de overdracht waren er niet minder om. Ik eindigde met een lange uithaal en iedereen keek me verbaasd aan. Het voelde als een kleine overwinning. Tot een klasgenoot vroeg of ik nu eindelijk over de oorlog wilde vertellen.

In onze voetbalkooi op het Louis de Visserplein moesten vooral je voeten spreken. In mijn beste Dennis Bergkamp-imitatie, met fraaie passes en aannames, won ik beetje bij beetje het respect van de buurt. Het allereerste Panna Knock Outtoernooi was aanstaande en iedereen was erdoor geobsedeerd. Ook al waren we allemaal nog veel te jong om zelf mee te doen, we fantaseerden hoe we het toernooi zouden winnen en dat onze naam zou komen te staan op de middenstip van de voetbalkooi. Toen iedereen uitgeraasd was en de zon bijna onderging, richtte mijn buurjongen zich ineens tot mij. Of ik nog even over de oorlog wilde vertellen.

In het toentertijd nieuwe winkelcentrum Shopperhal was een klein winkeltje van een meneer die sterk leek op een van mijn ooms. Het rook bij hem altijd naar saffraan en kardemom. Hij verkocht voetbalshirts van al mijn favoriete voetbalclubs: Real Madrid, Arsenal, Ajax. We wisselden nauwelijks woorden met elkaar uit, maar we begrepen elkaar. De laatste dag dat ik bij hem voetbalshirts ging kijken, was toen de slager naast hem over het lawaai van alle winkelende mensen schreeuwde of hij even over de oorlog wilde vertellen.

Na het Louis de Visserplein werd mijn favoriete plek de bibliotheek op het Osdorpplein, die recht tegenover de uitgang van Shopperhal was. Dat je daar rustig en vooral zelfstandig moest werken, gaf me rust. Ik verslond het ene na het andere boek, van Jacques Vriens, Roald Dahl en Astrid Lindgren. En als iemand daar überhaupt tegen me sprak, kon ik ze altijd vriendelijk afkappen voordat ze weer die ene vraag zouden stellen. Of ik even in stilte mocht lezen want ik moest nog een boekverslag maken, vroeg ik dan. De bieb was mijn veilige haven.

Deze week ging ik voor het eerst naar de bibliotheek met mijn zoontje. Ik las hem boeken voor over verhuizen, een verloren wiel en voetbal tot hij in slaap viel. Daarna droeg ik hem in mijn armen terug naar huis. Onderweg wenste ik dat iemand me nog even kon vertellen over vrede.

Rapper en schrijver Massih Hutak (1992) schrijft elke week een column voor Het Parool. Lees al zijn columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden