Ashgan El-Hamus.Beeld Sjoukje Bierma

Mijn broertje heeft een kalf van kaarsvet

PlusAshgan El-Hamus

Het is vrijdagavond en ik kijk televisie. Normaal kijk ik geen televisie op vrijdagavond. Vrijdagavond is voor borrelende bierbuiken en niet weten waar je buik eindigt. Maar vanavond worden de Gouden Kalveren uitgereikt en is mijn broertje genomineerd in twee categorieën: beste acteur televisiedrama en beste acteur. Hij is negentien en een boom van een vent, maar boom of niet, broertjes zullen nooit mannen worden.

Dat is de tragiek van broertjes: hoe groot ze ook worden, ze blijven voor altijd klein. Ik zie hem zitten in een zaal vol volwassen mensen in pakken en jurken, die deftig knikken en glimlachen en niet door lijken te hebben dat hij een kind is. Zij zien niet wat ik zie. Hij knikt, hij glimlacht en heeft volwassen ogen, maar ik zie alleen een jongetje dat altijd wegrende, harder dan zijn ouders konden rennen. Zijn wangen zo bol dat het leek alsof hij er permanent iets in verstopte. Een jongetje met rode Timberlands van lakleer, die als pasgeboren baby het liefst hele dagen op onze neuzen sabbelde. Zijn eerste woord was kaarsvet. Dat is wie ik zie.

Ik probeer weer op te letten, want nu zit het jongetje tussen deftige mensen die misschien niet eens meer weten wat hun eerste woord was. Hij glimlacht, hij knikt, en dan wint hij ook nog eens. Het jongetje, dat nu ineens beste acteur van het jaar is, rent naar voren en pakt het gouden beest stevig beet. Een glimlach van oor tot oor. Praten doet hij goed en mensen zullen zeggen dat hij zo volwassen is voor zijn leeftijd. Iemand die zo kan speechen is volwassen.

Maar ik zie een kind dat zin heeft om een fust bier leeg te drinken en daarna een tosti te eten uit het tostiapparaat van zijn moeder, dat ketchup morst op zijn te korte joggingbroek. Ik zie een jongetje dat helemaal niet van champagne houdt, maar weet dat hij vanavond moet doen alsof, omdat ze hem een koe van goud geven. Als je iets van goud krijgt moet je dankbaar zijn, hebben zijn ouders hem geleerd. Ik staar naar het scherm en probeer te zien wat de rest ziet, een volwassen man die het Gouden Kalf wint voor beste acteur 2020, maar ik zie nog steeds alleen maar het jongetje dat over een week twintig jaar wordt en het liefst twintig keer achter elkaar kaarsvet zegt.

Ik wil door het scherm kruipen en hem zeggen dat niemand champagne écht lekker vindt, dat we allemaal doen alsof, een heel leven lang. Dat aandacht ook maar aandacht is, en morgen gewoon een dag waarop je wakker wordt en weer naar bed gaat. Ik pak mijn telefoon en wil hem een bericht sturen met veel ‘weet je nogs’, maar doe het niet. Mensen die ‘weet je nog’ zeggen zijn écht oud en vanavond moet hij doen alsof hij een volwassen koe is, niet ik.

Maar net voordat zijn volwassen speech voorbij is, komt het jongetje dan toch nog om de hoek kijken: hij steekt zijn tong uit en gilt een hoog gilletje. Dat was alles wat ik nodig had: zien dat hij weet wat wij weten. Hoe hij als pasgeboren baby hele dagen op onze neuzen sabbelde. Het kalf verandert spontaan van goud in kaarsvet.

Het haalt de glamour er misschien een beetje af, maar als ik volgend jaar weer kijk, probeer ik te zien wat de moeders, vaders, broers en zussen zien. Achter elke winnaar schuilt het eerste woordje dat ze ooit als peuter zeiden en dat is zo veel leuker dan glamour.

Reageren? a.elhamus@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden