James Worthy Beeld Agata Nowicka

Mijn beste vriend en ik, op de begrafenis van mijn ex

Plus James Worthy

Mijn beste vriend en ik staan op het parkeerterrein van de begraafplaats. We staan recht tegenover elkaar. Hij hangt mijn stropdas recht en ik veeg een pluisje van zijn rechterschouder.

“Ik had echt het gevoel dat ik beter in begrafenissen aan het worden was, maar deze gaat pijn doen.”

“Dit is de eerste keer dat je afscheid van een ex neemt. Natuurlijk gaat dit dieper. Hoe lang waren jullie eigen­­­lijk samen?” vraagt hij.

“Maar drie maanden, maar die maar neem ik terug.”

“Dat hoef je mij niet te vertellen. Ik was erbij toen ­jullie elkaar voor het eerst tegenkwamen. Het was in de Lux toch? Liefde op het eerste gezicht.”

“Nee, het was dierlijker dan liefde. Het was pure honger. Ik had honger naar haar. Hoe ze daar stond. Zo veel kleuren. Ze leek niet op de pot met goud, maar op de ­regenboog.”

“Stapte jij op haar af?”

“Nee, zij zette de eerste stap. Ik wilde wel op haar ­afstappen, maar ik kon haar niet mooier maken dan ze al was, dus versierde ze mij maar. Ze hoefde niet heel erg haar best te doen.”

“Ik was die avond dronken, maar ik weet nog wel hoe je gezicht veranderde toen ze tegen je sprak.”

“Weet je wat het is? Sommige mensen geven betekenis aan dingen, maar zij nam het. En zo maakte ze ruimte voor nog meer betekenis.”

“Waarom ging het na drie maanden uit?”

“Ik was te zweverig voor haar. Ze legde het schitterend uit op de dag dat ze me aan de kant zette. Die avond in de kroeg zag ze een ballon voorbij zweven. Ze pakte de ballon en wikkelde het touwtje om haar hand heen. Ze was blij met de ballon en wilde nooit meer loslaten. Maar op een dag trok ze hem uit nieuwsgierigheid naar de grond toe. Ze wilde de ballon van dichtbij bekijken. Dat had ze niet moeten doen. Ballonnen zijn alleen maar mooi als ze hoog in de lucht zweven. Ze had me te laag gezien. Het was het Icarusverhaal, maar dan ­omgekeerd.”

“En nu staan we hier.”

“En nu staan we hier.”

Op haar kist staat een recente foto. Ze zit in een tuin. De zon probeert te schijnen. Een lege waslijn. Een donkergroen tuinhuisje. De trampoline van haar kinderen.

Mijn beste vriend en ik staan weer op het parkeerterrein van de begraafplaats. We staan recht tegenover ­elkaar. Hij veegt met zijn stropdas mijn wangen droog en ik leg mijn hoofd op zijn rechterschouder.

“Hoe voel je je?” vraagt hij.

“In de war. Dit is de eerste keer dat ik afscheid heb moeten nemen van iemand waar ik geheimen mee deel. En, ik denk dat ik nog iets voor haar voel. Misschien omdat ze er niet meer is of omdat onze gevoelens nooit echt verdwijnen. Denk jij dat een liefde ooit echt over is? Of is het gewoon als het verlaten van een eiland? Je kunt een eiland verlaten, maar het blijft ­bestaan. De voetstappen in het zand zullen verdwijnen, maar de golven vergeten niets.”

“Zo’n eilandengroep heb ik ook, hoor. Ik voel nog iets voor iedereen waar ik ooit iets voor heb gevoeld. Zullen we naar de Lux gaan om wat biertjes te drinken?”

“Ja, graag. Ik heb dorst naar jou.”

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden