Theodor HolmanBeeld Artur Krynicki

Mijn ballet heet Misantropie, ik zie mensen als virus

PlusTheodor Holman

De anderhalve meter afstand die we tot elkaar moeten houden, leidt tot een choreografie van een obsessie. Wanneer ik boodschappen doe, sta ik nu eens in de eerste positie me Charlie Chaplin te voelen, dan weer maak ik op mijn manier een sierlijke simple échappé on pointe om lomperiken bij me weg te houden.

Mijn ballet heet Misantropie. Mensenhaat. Ik zie het virus niet als mensen, maar ik zie mensen wel als virus. Houd je geen afstand, dan botsen ze tegen je op, en waar je vroeger ‘pardon’ hoorde, mag je tegenwoordig luisteren naar een niet zoetgevooisd ‘klootzak!’

(Ik moest opeens denken aan een familie-anekdote van mijn vader. Een collega van hem beklaagde zich dat hij ook door de toenmalige jeugd voor klootzak werd uitgescholden. “Waarom doen ze dat? Ik doe toch niets?” Waarop mijn vader zei: “Misschien heb je een gezicht om klootzak tegen te zeggen, kl…Bert.”)

Gisteren danste ik weer pirouetten draaiend door de stad en viel het mij op dat het generatieconflict is teruggekeerd. Voor de tweede keer in mijn leven. Maar nu sta ik aan de andere kant. Vroeger waren wij pleiners, beatniks, provo’s, en was iedereen boven de veertig burgerlijk, angstig, conservatief.

Het was een tragisch besef dat ik nu nood­gedwongen degene was geworden die ik vroeger verafschuwde.

Noodgedwongen. Om het modern te zeggen: ik voelde mij ‘een tot bejaarde gemaakte’, een slachtoffer van discriminatie.

Was dat ook niet terecht? Ik bedoel: het virus is voor de jeugd voorbij. Ze kunnen beter statistieken lezen dan ik, en zien dat ze eigenlijk niets te vrezen hebben. Althans, je kunt het risico lopen, in tegenstelling tot opa en oma. Het is beter opa en oma niet te bezoeken. “Nou, dat doen we dan niet. Ook erg, maar niet heus.”

Mark Rutte sprak ‘ons eigen verantwoordelijkheidsgevoel’ aan.

Ja, is goed, Mark. 

“Godverdomme ouwe lul, zeik niet zo.” 

“Sorry, mijnheer.” 

“Ik was hier eerder dan u, dacht ik.”

Wat met die mond wordt beleden, wordt met de kont bestreden. We maken een ­reverence, terwijl we omver worden geduwd, de intensive care in.

Het onderliggend lijden van ouderen is oud zijn. ‘Oud’ is een ziekte, wisten we al, een ongeneselijke kwaal, noemde socioloog Joop Goudsblom het. Oud ben je als je zo’n tegen je opbotsende knul geen rotschop meer kunt geven.

De jeugd heeft de toekomst, de oudere de longmachine.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden