Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Mevrouw De Jonge vertelt haar man de harde waarheid

PlusTheodor Holman

Mevrouw De Jonge wachtte haar man op.
“Je weet dat niemand je meer gelooft, hè Hugo?”
“Nee, dat is Mark. Mark geloven ze niet.”

“Jou ook niet, Hugo. En ik geloof je ook niet meer. Leg nog eens één keer uit waarom we versoepelen terwijl de ziekenhuizen weer vollopen. De hoogste instroom sinds tijden.”

“We kunnen de maatschappelijke druk niet meer aan, lieve vrouw.”

“Dus jullie zwichten.”

“Daar komt het op neer.”

“En jullie geloven niet meer in de wetenschap, want jullie luisteren niet meer naar het OMT.”

“Dat is juist, vrouw.”

“Jullie trekken horeca en feestvierders voor boven de mensen in de zorg.”

“Ik geloof dat je daarin ook gelijk hebt, vrouwtjelief.”

“Zeg je daarmee niet, dat je onbetrouwbaar bent? Onbetrouwbaar voor de mensen in de zorg, onbetrouwbaar voor de adviseurs van het OMT, onbetrouwbaar voor de wetenschappers van het RIVM?”

“Je hebt volkomen gelijk, lieverd.”

“En Hugomannetje van me, is het niet verschrikkelijk dat er nog steeds zorgverleners aan het bed van coronapatiënten aan het helpen zijn die niet zijn ingeënt? En is dat niet jouw schuld?”

“Als ik erover nadenk… Ja, vrouwtje. Dat is inderdaad mijn schuld.”

“En over het vaccineren gesproken… Niemand begrijpt er eigenlijk iets van. De één is geboren in 1950 en moet nog gevaccineerd worden, de ander in 1958 en heeft twee weken geleden al zijn eerste prik gehad. Wat denk jij, komt dat betrouwbaar over?”

“Nou, ik vind het zelf niet betrouwbaar overkomen, vrouwtje van me.”

“Komt dit over als intelligent, slim of schrander?”

“Ik vrees van niet, liefje.”

“Nee hè. En toch doe jij dit allemaal.”

“Ja, vrouwtje mijn.”

“Je bent gezwicht. Je bent ongeloofwaardig geworden. Je hebt je door een stel burgemeesters laten overrulen, je bent de slippendrager van Mark, de onderderokkenkruiper van Wopke, de zwartprater over Omtzigt en dus de zwakste schakel uit roeping.”

“Dat zie je scherp, eega van me.”

“Klei, slijm, snot, kwijl, darmvocht, haarvet, modder, vliegenpoep, apengeil, daar moet ik altijd aan denken als ik jou zie, mannetje van me. Je gebruikt de woorden die je spreekt altijd als glijmiddel.”

“Je hebt helemaal gelijk, schattebout. Wat ik wil zeggen, zeg ik altijd zo, dat het niets zegt en dát in nietszeggende zinloze zinnen.

“Wat ben jij, echtgenoot van me? Een voorbeeld voor de jeugd? Een door idealisme gedreven politicus? Een sieraad voor het kabinet?”

“Ik ben een echte CDA’er, schat.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden