Roos Schlikker. Beeld OOF VERSCHUREN

Met mijn veertigersvrienden in café Ruk & Pluk

Plus Roos Schlikker

Mooie ogen heeft hij. De jongen die in het café op me afkomt, glimlacht. Hij is nog geen 25, denk ik. Negentien max, zie ik als hij vlak voor me staat. Ik moet er even aan wennen dat iedereen in de kroeg tegenwoordig zo jong is. Neehee, zij zijn niet jong, ik ben oud, dat weet ik ook wel.

Vroeger hing ik wekelijks in de lampen in talloze plakkerige feestcafés. Tegenwoordig doe ik de lichten vaker uit in kinderslaapkamers, waarna ik me op de bank nestel met boek en echtgenoot.

Laatst had ik daar opeens genoeg van en stuurde een app naar onze vriendengroep. Nu sta ik omgeven door mijn veertigersvrienden in café Ruk & Pluk. Boven mijn hoofd hangt een enorme opblaaspiemel, Dreetje Hazes – ook al zo’n broekie – schalt uit de boxen. Zijn vader hoor je steeds minder. Nog even en André junior is een senior geworden. Dan vindt de jeugd hem weer ouderwets.

‘Herinnering is als een oude hond die gaat liggen waar hij wil,’ schreef Cees Nooteboom. Plotseling schiet me te binnen hoe ik op een zaterdagmorgen wakker schrok van heel hoog gegil. Ik snelde mijn tienerslaapkamer uit en vroeg wiens penis er onverdoofd werd afgehakt. Ik oogrolde obstinaat toen bleek dat mijn vader keihard de Bee Gees had opgezet.

Daar zal de jonge god die voor me staat al helemaal nooit van gehoord hebben. Hij biedt me een drankje aan. Ik laat snel vallen dat ik keurig getrouwd ben. En ook kei-oud. Hij beweegt dichter naar me toe tot hij op zo’n korte afstand staat dat hij mijn poriën kan bestuderen.

“Eigenlijk heb je heel weinig rimpels. Voor iemand van 46.”

“Ik ben 44, schat.”

“Grapje. Zeg, heb je zin in een lijntje?”

“Een lijntje?” proest ik in mijn bier. Coke? Weet je moeder wel dat je dat gebruikt? Net op tijd slik ik de vraag in en maak een wegwerpgebaar. Een half uur later sta ik met mijn vrienden selfies te nemen onder de opblaaspiemel, een heel ouderwets dropshotje in de hand. Twee hindeachtige meisje bekijken ons mee­warig. Ik snap ze. Wij zijn de gênante veertigers geworden die we vroeger zelf beschimpten. Maar de grootste schaamte is doorgaans voorbehouden aan de jeugd, dus zij hebben er meer last van dan wij. Ik hef mijn glas nog eens uitgelaten richting pik.

Uren later rijd ik naar huis onder een lucht die donkerblauw is en maar heel langzaam lichter wordt. Alsof de hemel nog niet kan kiezen tussen dag en nacht. Tussen het oude en alle dagen die nieuw zijn.

Thuis knip ik een nachtlampje in een jongenskamer uit. Ik ga liggen. Als een oude hond die de nacht alweer tot herinnering verklaart.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden