Maarten Mol Artikel Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Mol ArtikelBeeld Sjoukje Bierma

Met liefde poerde de vrouw in mijn keel en in mijn neus

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Het beest heeft me dan toch te grazen genomen.

Ik dacht dat het hele circus definitief aan me voorbij was getrokken, maar helaas.

Ik ben positief getest.

Twee jaar de dans ontsprongen, drie keer geprikt. Twee dagen eerder nog een negatieve zelftest, een dag later bericht van een positieve zelftest van een ander. En daar ging ik, kiplekker, op mijn fiets naar het Anton de Komplein in de Bijlmer.

Ik zong zacht The Beast in Me van Johnny Cash (ja, het nummer is geschreven door Nick Lowe, ik weet het, en hij nam het zelf ook op, maar de uitvoering van Cash, te beluisteren op het eerste deel van zijn American Recordings, spant de kroon.)

Aangekomen in de testlocatie moest ik me melden bij hokje 5.

Waar een jonge vrouw met blauwroze haar wat onderuitgezakt op een stoel met een vinger in haar haar zat te draaien. In haar andere hand een pen. Met haar duim op het knopje klikte ze de pen steeds aan en uit. Aan en uit. Aan en uit. (Open en dicht mag ook, of hoe zeg je dat, maar u begrijpt me wel.)

Het geluid waarmee we vroeger meesters gek maakten in de klas.

De vrouw zag me, ging wat rechter zitten.

Ik gaf haar mijn geboortedatum.

Ik noemde mijn achternaam.

Al bijna volledig uitgekleed schoof ik mijn rijbewijs door een opening onderaan de plexiglazen afscheidingswand.

De vrouw schoof wat geïrriteerd het roze stukje plastic met haar pen weg, alsof ze een stukje vlees met zo’n lekkere, glanzende vetrand van haar bord schoof.

Met diezelfde pen tikte ze met een erg verveelde uitdrukking op haar gezicht op een roodomrand vakje op het plexiglas recht voor mijn neus.

Tik tik tik.

Waar ik mijn identiteitsbewijs tegenaan moest houden.

(“Vanochtend weer zo’n vent die er helemaal niets van begreep. Doodvermoeiend.”)

Toen ik mijn rijbewijs weer weg mocht halen, wilde ik weglopen, maar dat ging natuurlijk niet zomaar.

“Blijft u daar even staan, meneer, anders wordt het een zooitje. U wordt zo opgehaald.”

Ze klonk verveeld én streng, geen goede combinatie voor een goedwillende burger.

Johnny Cash, kom er maar in:

The beast in me

Is caged by frail and fragile bars

Het beest in mij sluimerde, maar ik hield me in.

Ik bleef staan op een gele cirkel met voetjes erin.

Een minuutje later werd ik door een heel aardige vrouw meegenomen. Met liefde poerde ze in mijn keel en in mijn neus. Het was niet onaangenaam.

’s Avonds, tussen de doelpunten door die Benzema tegen Paris Saint-Germain maakte, kreeg ik de onheilstijding. Een ander beest had bezit van me genomen.

Ik informeerde mijn dochters.

‘Hoe voel je je?’

‘Een Moll is nooit ziek,’ appte ik terug.

‘Stoer hoor.’

En: ‘Morgen bellen we aan en dan leggen we in de hal een paar netten sinaasappels neer.’

Sinaasappels als remedie.

Daar hoor je het beest van Johnny Cash dan weer niet over.

In de keukenkastjes ging ik vast op zoek naar de glazen handpers.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden