Plus Art Rooijakkers

Met die tijgers, olifanten en apen komt het goed

De tweeling Puk en Keesje, geboren in 2017, zijn kinderen van de 21ste eeuw. Wat houdt dat in en hoe ziet hun leven straks eruit? Vader Art Rooijakkers gaat op onderzoek uit. Vandaag: zullen ze nog gorilla's in het echt zien?

Het was een poosje het favoriete boekje van die twee. Dieren in de Jungle. Kleurrijke tekeningen van tijgers, papegaaien, apen en olifanten, en als je op een knopje drukt, hoor je ze brullen, kraaien, schreeuwen en toeteren.

Ook toen ik terugkwam van een reis naar Congo-Brazzaville, waar ik gefilmd had met de Nederlandse bioloog Joeri Zwerts, die er onderzoek doet naar het leefgebied van gorilla's, kwamen mijn kinderen ermee aanzetten. En na een week in de jungle drong een angstbeeld zich op. Misschien zijn deze getekende figuren de enige wilde dieren die mijn meisjes ooit zullen zien.

Het is waarschijnlijk het onderwerp waar ik het somberst over ben als ik nadenk over de toekomst van die twee. Dieren die uitsterven, natuurgebieden die verdwijnen. Als je oplet, kun je elke week over een nieuw alarmistisch rapport lezen in de media.

'Sinds 1970 zijn populaties wilde dieren wereldwijd met 60 procent afgenomen', 'Menselijke eetlust voor groot deel verantwoordelijk voor afname grote dieren'. Sinds mijn kinderen er zijn, lees ik het allemaal. Niet meer 'na mij de zondvloed'. 

Ik besluit op zoek te gaan naar een sprankje hoop - je moet als vader toch iets - en klop aan bij hoogleraar Herbert Prins van de Universiteit Wageningen. Volgens collega's ziet hij nog licht aan de horizon. Dat klopt: "Natuurlijk gaan jouw dochters gorilla's in het wild zien!" 

Prins zit op zijn praatstoel. "Ik ben 65 jaar en hoor al sinds mijn vijftiende dat het vijf voor twaalf is. Dan is er maar één conclusie. De tijd staat stil. Ja, de natuur is bedreigd, laten we dat niet bagatelliseren, maar ik vraag u welk groot zoogdier sinds 1900 in Europa of Afrika is uitgestorven? Geen een!" 

Natuurlijk zijn er grote problemen voor onze natuurlijke wereld, zegt ook Prins. We zijn met steeds meer mensen en dus is er steeds minder ruimte voor dieren. "Habitatverlies is een serieus probleem. Maar als we de natuurbescherming op orde hebben, is er veel te redden."

Misschien wel door te klonen? Vorig jaar zijn in China de twee gekloonde java-aapjes Zhong Zhong en Hua Hua geboren en het Zuid-Koreaanse bedrijf Sooam Biotech heeft inmiddels bijna duizend honden gekloond voor baasjes die geen afscheid konden nemen van hun huisdier. 

Als dat kan, moeten we toch ook een dna-databank van alle bedreigde dieren kunnen aanleggen en ze klonend van de ondergang redden? Behoorlijk briljant bedacht, al zeg ik het zelf. Maar daar is de professor het niet mee eens. "Ik ben geen voorstander van klonen omdat het te makkelijk een excuustruus wordt om de boel maar te laten versloffen." 

Ertegenaan dus. Werk maken van natuur­bescherming zodat de volgende generatie ons niets kan verwijten, ook die kinderen van mij niet. Als pubers zullen ze al genoeg over hun opvoeding te klagen hebben. En natuurbescherming hoeft niet duur te zijn, zegt Prins. Volgens hem kunnen we alle mensapen, neushoorns en olifanten voor minder geld beschermen dan het kost om alle volwassenen in Europa per maand een kopje koffie te laten drinken in een café. 

Dat doet me terugdenken aan het optimisme van bioloog Joeri in Congo nadat we na een urenlange jungletocht gorilla's hadden gezien: "Als we mensen naar de maan kunnen sturen, kunnen we ook wel een paar mensapen beschermen."

En zo is het. Hoop ik.

Voor deze rubriek werkt Art Rooijakkers ­samen met studenten van de Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.