Plus Column

Met de dood van Eberhard zijn wij weeskinderen van de stad

Mano Bouzamour Beeld Wolff

Laatst vertelde een goede vriend mij in een restaurant iets wat mij nogal trof. Hij vertelde dat bijna al mijn vrienden in zekere zin wees zijn.

Ik dacht er eventjes over na, knikte en zei: "Dat klopt eigenlijk wel, ja."

De afgelopen jaren heb ik mijn vriendenkring uitgebreid tot een fijne selectie van lieve wezen; de meesten hebben, net zoals ik, ouders die nog leven.

Dus boog ik een beetje voorover aan tafel en vertrouwde mijn goede vriend toe: "Vaak zijn er momenten dat ik mij verweesd voel."

De goede vriend nam een slok wijn, veegde met een servet zijn smoel en vertelde: "Ik begrijp wat je bedoelt." Daarna knikte hij me toe: "Kijk straks eens om je heen, als je wandelt door de stad. We zijn met zijn allen wees."

Amsterdam is een openluchtweeshuis. Met zijn talloze dolende verschoppelingen.

Met de dood van Eberhard, zijn wij, de weeskinderen van de stad, nu aangewezen op elkaar.

Onze weeshuisvader, die er jaren voor ons is geweest, liet ons achter, bedremmeld en bedeesd. Het enige wat wezen trouwens hebben, is elkaar.

En precies dat begreep Eberhard van der Laan. Want toen ik met mijn goede vriend het restaurant uit liep, stond op een menubord een met krijt geschreven tekst waar ik tranen en kippenvel van kreeg.

Wees lief voor de stad
Wees lief voor elkaar

De woorden van Eberhard moeten lang door blijven klinken.

Vanuit zijn ambtswoning aan de Herengracht, over de straatklinkers tussen de blowende toeristen op het Koningsplein. Over de met duivenschijt besmeurde kinderkoppen op de Dam. Tussen de trillende tramkabels door, van het Rokin tot aan de RAI.

Eberhards laatste woorden moeten doorklinken van de fletse flats in de Bijlmer tot aan de villa's in Amsterdam-Zuid. Van de sociale huurwoningen met de duizend schitterende schotels in Geuzenveld tot aan de schreeuwende marktkoopmannen op de Dappermarkt.

In de tentoonstelling De Mooiste Stad zien we Amsterdam door de ogen van Eberhard.

Hij had er tot kort voor zijn overlijden aan ­gewerkt. Hoe toevallig, op deze plek, in het ­Amsterdam Museum, huisde jarenlang het Burgerweeshuis.

De stad is zijn weeshuisvader kwijt, maar wij hebben elkaar nog.

Wees lief voor de stad, lieve wees.
En wees verdomme lief voor elkaar.

Mano Bouzamour schreef deze tekst voor de ­opening van De Mooiste Stad. Bouzamour, schrijver van De belofte van Pisa en Bestsellerboy, was van 2014 tot 2016 columnist van Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden