PlusColumn

Met Benjamin naar het Beatlespretpark

Gijs GroentemanBeeld Linda Stulic

Ik ben nogal drammerig in het opdringen van mijn Beatlesobsessie aan derden. Bij mijn twee zoons heb ik succes gehad, met hen kan ik op niveau praten over kwesties als: 'John of Paul?', of: 'kant 2 van Abbey Road of van kant 2 van The White Album?'

Met mijn oudste zoon ben ik al twee keer naar een concert van Paul McCartney geweest, maar wat betreft de jongste begon ik een vage onrust te voelen. Paul is inmiddels 76 jaar en hij zal ooit toch ophouden met het rondtoeren van de wereld.

Benjamin móest hem ten minste eenmaal in zijn leven in het echt hebben zien spelen, vond ik, zodat hij dat de rest van zijn leven wijsneuzig zou kunnen verkondigen aan leeftijdsgenoten.

Woensdag werd hij negen. Toen ik had gezien dat Sir Paul een concert zou geven op die verjaardag, in Liverpool nog wel, wist ik dat we daarheen moesten. Met enige pijn en moeite hebben we kaartjes gekocht, en afgelopen dinsdag togen Benjamin, zijn moeder en ik naar de stad waar de wiegjes van The Beatles stonden.

Liverpool is veranderd in een Beatlespretpark. Geen winkel zonder John-Paul-George-en-Ringoprullen, de gele onderzeeër is alomtegenwoordig, op elke andere straathoek is een Beatlesmuseum.

De stad is het Nazareth van de popmuziek, en nu ben ik nog nooit in Nazareth geweest, maar ik stel me voor dat de toeristische industrie daar de afgelopen tweeduizend jaar ook wel op gang is gekomen. Voor The Beatles heeft het slechts vijftig jaar geduurd om Jezus' status te bereiken, maar tegenwoordig gaat alles dan ook sneller.

We deden een tweeënhalf uur durende Beatlestour in een kleurig beschilderde bus (The Magical Mystery Tour), vier keer mochten we eruit voor foto's: bij het armoedige geboortehuisje van George Harrison, het straatnaambordje van Penny Lane, de poort van Strawberry Fields en het huisje waar Paul McCartney woonde met zijn vader en broer.

Daarna werden we afgezet bij The Cavern Club, waar The Beatles honderden keren speelden voordat ze doorbraken. Volgens de gids was de club al helemaal volgestort geweest met cement en daarna weer uitgebikt (of zoiets verstond ik), maar tóch was het nog geheel authentiek. Vond hij.

Een paar uur later, op een steenworp afstand van The Cavern, betrad Paul McCartney het podium van The Echo Arena, met zijn karakteristieke vioolbas in de hand - alsof Jezus zelf in hoogsteigen persoon nog even in de kerststal komt rondneuzen.

Het concert leek exact op de concerten die ik de afgelopen jaren van Sir Paul heb gezien: hij speelt een bizarre hoeveelheid fantastische nummers en is gemaniëreerd en irritant als altijd.

Van zijn stem is bijna niets meer over. Maar: je ziet de man uit wie al die liedjes zijn gekomen, je hoort hem die liedjes zingen, en je bewijst hem eer - in diepe bewondering.

Toen ik mijn uitgetelde Benjamin van negen jaar drie uur later de zaal uittilde, de straten van Liverpool op, wist ik dat ik aan dit deel van mijn Beatlesplicht als vader had voldaan.

Gijs Groenteman (1974) is schrijver, presentator en journalist. Wekelijks schrijft hij voor Het Parool een column.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden