Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

‘Mensen zijn net gloeilampen, opeens springen ze kapot’

PlusTheodor Holman

Het verhaal over J., iemand uit de buurt die wij kennen. Op een rommelmarkt had hij een oude, kapotte radio gekocht, zo één met draaiknoppen en waarop je Beromünster nog kon vinden. Waarom? Dat weten we niet. Misschien vond hij hem gewoon mooi. Zo’n radio was toen ik jong was al ouderwets.

“Doet je radio het nog?” had een buurman gevraagd.

“Ja,” had J., gezegd, “ik heb een hele interessante uitzending gehoord over de CIA.”

“O ja?”

“Ja, die bereiden een grote aanval voor en dan willen ze dat Europa Amerika wordt. Anders pikken Rusland en China Europa in.”

De buurman vond het interessant maar besteedde er verder geen aandacht aan.

Op een middag trof hij J. voor zijn huis aan. In zichzelf gekeerd. Die had de radio aangezet en had toen zijn vader gehoord. Die was in 1987 gestorven, maar J. had aan de knoppen gedraaid en hoorde opeens zijn vader. Luid en duidelijk.

De buurman was verbaasd.

“Wat zei je vader?”

“Hij had een boodschap voor mij… Dat ik rustig moet blijven.”

De buurman begreep dat er iets fout was, belde verschillende instanties en J. zit nu in een inrichting.

De vrouw van de buurman ging in het huis van J. (dat mocht zij) en trof daar die radio aan.

“Het was geen bijzondere radio, zo’n oud bakbeest.”

Het snoer was kapot en toen ze het beest wilde verplaatsen ontdekte ze dat hij van achteren open was. J. had van de radio een soort kastje gemaakt waarin hij foto’s bewaarde. Ook van zijn ouders. Ook trof ze op de keukentafel een oude kapotte kop­telefoon aan.

De buurvrouw vroeg zich af: “Als hij nou gewoon luistert en verder niemand kwaad doet, is hij dan ziek?”

“Straks hoort hij via de radio dat hij een mes moet grijpen en z’n buurvrouw moet vermoorden,” zei haar man.

Buurvrouw knikte bedachtzaam, en zei: “Maar hij is toch heel aardig? Zachtaardig zelfs?”

“Ja, maar dat kan zo veranderen. Mensen zijn net gloeilampen, dat zeg ik zo vaak, en opeens springen ze kapot.”

“Er bestaan geen gloeilampen meer,” zei de buurvrouw. ”Ik vond hem niet zo gestoord.”

“Nou, dat was hij dus wel!” zei haar man.

Buurvrouw haalde haar schouders op.

“Soms hoorde ik hem zingen. Hij had een hele mooie stem. Hij zong Beatlesliedjes en Frank Sinatra. Ik dacht dat hij dan met die radio meezong… Of dat het die radio was.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden