Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Mensen hebben recht op blinde vlekken

PlusMaarten Moll

Dus organiseerde ik mijn eigen vogelteldag.

Nou ja, meer een vogelteluur. Beter: vogelherkenningsuur.

Ik zat in het tuinhuisje van Jan Wolkers en keek de tuin in. Met in de hand een boek dat ik hier in de kast vond: Vogels kijken – alle driehonderd Nederlandse vogelsoorten, van Kester Freriks.

Het is hier ’s ochtends vroeg een gekwetter van jewelste, maar ik kan nog geen piepend tuinhekje onderscheiden van het getjilp van een roodborstje (u: een roodborstje tjilpt niet, dat doet prrriiirrrt).

En, zo met je snufferd in de natuur (ik woon op tweehoog, dus een volkstuintje is voor mij al een enorme ‘groenbeleving’) mag je er ook wel een beetje moeite voor doen om het een en ander te herkennen.

Op het gehoor zak ik voor elk tentamen.

Laat staan dat ik vogels herken als ik ze zie.

Kees Kneppelhout kreeg in de zesde een verrekijker voor zijn verjaardag. Daar ging hij vogels mee bekijken. Wij vonden dat raar. Toen we hem op een woensdagmiddag in het bos tegenkwamen, probeerden we zijn verrekijker af te pakken, maar we kregen het ding niet uit zijn handen gewurmd. Toen hebben we zijn schoenen maar in de sloot gegooid.

Dichter bij vogelspotten ben ik niet geweest.

Vogels herkennen. Het is een blinde vlek. Mensen hebben recht op blinde vlekken. (U weet weer niet wie in 1947 de Tour won, of in 1956.)

Toch zette ik me, tussen zeven en acht in de ochtend, aan het tafeltje bij het raam.

En dan proberen niet te bewegen. Daar gingen we.

Met het in slow motion naar de mond brengen van het glas koffie joeg ik al, voor ik ook maar iets van kleurschakeringen in de vacht kon opmerken, het eerste vogeltje weg. (Koffie tussen zeven en acht gaat voor het waarnemen van, ik zeg maar wat, een ijsvogel.)

Toen hupte of hipte er een zwarte vogel over het tuinpad.

Een zwarte vogel met een oranje snavel. (Of was het een gele snavel?)

Die wist ik. Een merel. Een mannetje. (Een van de lessen van mijn vader die ik wel heb onthouden.)

Ik zat meteen al op honderd procent herkenning.

Daarna een koolmeesje, volgens Freriks een ‘kleurrijke vogel met muzikale, gevarieerde zang’. Of was het een pimpelmeesje, ‘de killing lady van het vogelrijk met haar hoge zang als een zilveren lachje’, en ‘haar sexy citroengele borst’?

Maar weg was het vogeltje alweer (ik deed niets!). Ik besloot dat het de killing lady was.

Vervolgens heel lang geen zicht op een vogel. Terwijl het gekwetter om het tuinhuisje onverminderd doorging, met piepende tuinhekjes en al.

Dan toch nog, een duif, een ekster. En nog zes kool- of pimpelmeesjes (of die ene die nog zes keer terugkwam om de broodkruimels van het terras te pikken).

Geen vogeltje dat ik niet herkende (al kan het ook zijn dat ik die gewoon niet zag).

Er is een grote vogelspotter in mij neergedaald.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden