Column

'Meneer, kunt u ons misschien leren vervelen?'

James WorthyBeeld Agata Nowicka

Twee broers zitten op een bankje in het Wertheimpark. Het is zondagmiddag. Iets na enen.

Ze hebben hun telefoons bij hun moeder ingeleverd en die heeft de controllers van de spelcomputer verstopt.

"Gaan jullie je maar eens lekker een dagje vervelen," zei ze aan de keukentafel.

"Waar denk je aan?" vraagt de jongste aan de oudste.

"Aan niets. Volgens mij is dat wat vervelen is."

"Heb je het nog nooit gedaan dan?"

"Vervelen? Nee, daar krijg ik de kans niet voor. Op maandagmiddag heb ik musicalles, dinsdag heb ik hockeytraining, woensdag heb ik judo, donderdagmiddag heb ik pianoles en op vrijdag volg ik sinds kort een patisseriecursus."

"Wat is patisserie?"

"Dat is een soort musicalbakken. Maar waar denk jij aan, kleine?"

"Aan de demo van Fifa19. Heb je al met PSG gespeeld? Die voorhoede is crimineel goed, man. Neymar is fraude."

"Weet jij wat fraude is?"

"Ja, fraude is dat wat pappa heeft gedaan. Daarom is ie twee jaar op vakantie, toch? Wat zal hij zich ondertussen vervelen."

"Ik hoop het voor hem."

De broers proberen zich te vervelen. Dromerig staren ze in het iets wat het meeste op niets lijkt.

Maar dan is de jongste alweer afgeleid. Hij ziet een zwerver op een ander bankje zitten. Een ingevallen gezicht barstensvol uitgevallen tanden. Maar de man kijkt precies zoals hij op dit moment wil kijken. Volmaakt onoplettend.

Ja, dit is zonder enige twijfel wat zijn moeder voor ogen had.

Enigszins bevreesd loopt hij op de man af, maar waarvoor hij bang is, weet hij niet.

Onze angst voor mensen die dolen is kennelijk aangeboren. De mens is banger voor zwervers dan voor politici of bankiers. De mens is het spoor bijster.

"Meneer, kunt u ons misschien leren vervelen?" vraagt hij.

De oude man lacht zijn tandvlees bloot.

"Je bent aan het juiste adres, jonge vriend. Ik ben de verveelvraat."

"Kunt u het ons leren? Mijn broer en ik weten niet wat vervelen is."

"Tolstoj schrijft dat verveling het verlangen naar verlangens is, maar dat is niet waar. Verveling heeft niets met behoeftes of begeren te maken, het is geen honger naar honger of dorst naar dorst, nee, verveling is nee kunnen zeggen tegen het toetje, omdat je simpelweg vol zit. Verveling is even niet willen kauwen. Vervelen is de tijd durven nemen om alles te verteren."

"We proberen ons al de hele middag te vervelen."

"Maar zo werkt verveling niet. Het is geen klopgeest die je kunt oproepen.

We leren dat de verveling toeslaat, maar dat doet de verveling helemaal niet. Hackers slaan toe, zakkenrollers slaan toe, de verveling kíjkt toe. Het wacht op je. Verveling wacht tot je recht op verveling hebt. Begrijp je dat?"

"Nee, meneer."

"Dat is helemaal prima. Dingen niet meer hoeven te begrijpen, is de verre neef van verveling. Echte vrijheid zit in dat wat ons niet meer kan boeien," zegt de verveelvraat.

In de avond vraagt de moeder haar zoons of ze zich een beetje hebben kunnen vervelen. De oudste moppert wat terwijl hij zijn telefoonscherm in een coma aan het scrollen is. De jongste zegt dat hij veel geleerd heeft en citeert Kierkegaard in de bijkeuken.

"De goden verveelden zich, daarom schiepen ze de mensen."

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden