Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Men vindt de Indiëherdenking ‘racistisch’

PlusTheodor Holman

De Indiëherdenking is een politieke manifestatie geworden.

Men heeft het monument beklad.

Men vindt de herdenking ‘racistisch’. En natuurlijk ‘koloniaal’ en meer van dat soort dom geneuzel van lieden met een bekrompen historisch besef die menen dat oorlogsslachtoffers geen slachtoffers mogen zijn. Ik zal er een andere keer over schrijven.

Nu niet. Wij herdenken. Wij herdenken de oorlogsslachtoffers.

Ik herdenk door iets te schrijven over die tijd.

Dit keer over mijn tante Ella, de jongere zuster van mijn vader.

Een mooi Indisch meisje. Ze had een prachtige stem en wilde jazzzangeres worden. In 1937 hoorde ze The Andrews Sisters en wist: dit is mijn muziek. Ze kon ook een beetje toneelspelen. Hoe weet ik niet, maar in 1941 kreeg zij de single Boogie Woogie Bugle Boy in handen. De enige grammofoonplaat die ze ooit bezat.

In december 1942 zat ze in het kamp Amberawa 2. Wat ze daar heeft meegemaakt, weet ik niet. Ze vertelde eens dat ze voor zichzelf zong en dat haar dat niet alleen door de Japanners werd verboden, maar ook door de andere vrouwen, omdat de suggestie werd gewekt dat ze vrolijk zou zijn.

Na de oorlog kwam ze met haar moeder, mijn oma, naar Nederland.

Mijn vader huurde een woning voor ze.

Toen mijn grootmoeder was overleden, was mijn tante alleen. Ze was toen in de veertig. Er waren wel mannen in haar geïnteresseerd, maar een zeer strenge opvoeding en haar godsdienst lieten haar niet van het leven genieten. Alleen de televisie en haar hond boden haar troost.

Ze kreeg in de jaren zestig van de vorige eeuw steeds meer last van de oorlog.

Ofschoon mijn ouders ook in het kamp hadden gezeten, werd er nimmer over het kamp gesproken.

Tante kreeg ernstige slaapproblemen, grote angsten. Door de suf makende pillen die ze voorgeschreven kreeg, durfde ze het huis niet meer uit.

Mijn ouders stierven en wij bemoeiden ons achteraf gezien te weinig met haar.

“Hoe is het met u, tante?”

“Goed.”

“Tante, ik heb een fotootje van u gevonden waarop u zingt. Wat leuk, wilt u dat hebben?”

“Nee.”

Het antwoord verbaasde me.

“Waarom niet, tante? U staat er zo mooi op.”

Haar antwoord is de zin waaraan ik nu denk.

“Ik heb voor de oorlog één keer voor publiek gezongen, in het kamp één keer voor mezelf, en na de oorlog nooit meer.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden