Roos Schlikker. Beeld Lin Woldendorp
Roos Schlikker.Beeld Lin Woldendorp

Meester Klaas is in de tachtig, mijn jongste vindt hem een gangster

PlusRoos Schlikker

Roos Schlikker

‘Mam, meester Klaas is echt een gangster. Hij draagt van die nette schoenen met een zilveren gesp. Zo cool.” Sinds een paar weken is mijn jongste in de ban van meester Klaas. Wie denkt dat dit een jonge hipsterdocent betreft in Daily Paper-trui die zijn leerlingen populair begroet met een high fivende ‘Yo fakka!’ heeft het mis.

Meester Klaas is in de tachtig en fungeert als overblijfbegeleider op school. Hij houdt de pas erin, zorgt dat dromerige achterblijvertjes niet onder fietskoeriers belanden, bekijkt brandnetelwondjes. Meester Klaas zorgt er met zijn collega’s voor dat slierten kinderen elke dag veilig naar de lunchplek worden genavigeerd.

Ik denk vaak aan meester Klaas. Net als aan Henkie. Henkie was jarenlang hét aanspreekpunt bij de speeltuin. Gedurende schoolpauzes deelde hij hesjes uit zodat kinderen in teams konden voetballen, hij snoeide heggen, hij verschoonde zandbakken, hij stuurde soms giftige mails aan ouders als hun kinderen het te bont maakten. Ook ik heb weleens bedremmeld naast Henkie gestaan als een van mijn kinderen zich iets te veel Lionel Messi had gewaand. “Je hoeft niet te winnen, jongen!” bulderde Henk breed gesticulerend. “Je mot vrienden maken!”

Afgelopen zomer werd Henk overbodig verklaard. De school ging met een ander speelplein in zee. En zoals bij meer speeltuinen in de stad werd vervolgens volstrekt onduidelijk wie een oogje in het zeil houdt. Dus begint de boel te verloederen. Junks hangen amechtig onder klimrekken, in de bosjes liggen spuiten, de pingpongtafel staat bekend als notoire afwerkplek.

En niet alleen volwassenen zorgen voor grimmigheid. Afgelopen zomer reed de politie geregeld plichtmatig rondjes rond het plein omdat een gozertje anderen bedreigde. Ook ik sprak hem eens aan. Onverschillig, haast spottend bekeek hij mijn prekende gezicht. Kinderogen, maar met een harde blik. Je zou hem een beker chocolademelk en een potje Fifa gunnen. Maar een buurjongetje fluisterde: “Ik ben zo bang dat hij een mes op zak heeft.”

Deze kwestie werd uiteindelijk opgepakt door een voortvarende buurtregisseur. Maar de speeltuin waar ooit talloze kwetterklassen zo veel plezier hadden, oogde treurig. Zelfs de bloemen in de struiken lieten de kopjes hangen. Vanuit de gemeente was het stil. Al jaren ligt er een onduidelijk verbouwingsplan en zolang de bestemming vaag blijft, lijkt niemand verantwoordelijk.

Een paar weken geleden kwam ik Henkie tegen. Uitbundig zwaaide hij. Ik vroeg waar hij heen ging. Hij lachte. “Naar de speeltuin. Effe opruimen. ’t Is een teringzooi. Ja, nee, ik zie je kijken. Ik werk daar officieel niet meer. Maar ik heb besloten toch maar weer te komen. We kunnen toch niet laten gebeuren dat de kinderen onveilig zijn?”

Dat kunnen we inderdaad niet. Waar de gemeente het laat afweten, staan er Henkies op. Wie zouden we zijn zonder dit soort vrijwilligers die hart hebben voor ons kroost? Ze zeggen weleens: It takes a village to raise a child. Graag zou ik eraan toevoegen: It takes a village to raise a village.

Een village die niet draait zonder mensen als Henkie en meester Klaas. De mooiste gangsters van de stad.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden