Meer dan 7 bierblikjes kon de oude weduwnaar niet tillen

PlusTheodor Holman

Hij zag er goed uit, vond ik.

De corona-ellende had hij overleefd. Miste hij het café niet? Dat viel mee. 

Hij had goedkope blikjes bier ontdekt, van een onbekend merk, waaraan maar één nadeel kleefde: hij kon er per dag maar zeven meenemen. Meer kon hij niet tillen vanwege reuma en ouderdomszwakte. 

Zijn handen vouwde hij voor me open als een boek dat bijna uit elkaar viel. Hij dronk eigenlijk tien blikjes per dag.

’s Ochtends twee, ’s middags twee, om vijf uur twee en ’s avonds vier.

“Je kunt twee keer naar Albert Heijn gaan en elke keer vijf blikjes meenemen,” ­raadde ik hem aan.

De blik waarmee hij me aankeek, drukte minachting uit. Daarna kreeg ik een onnavolgbaar logistiek verhaal over het kopen van blikjes bier, waarbij de variabelen tijd van aanschaf, hoeveelheid, plek van supermarkt, hunkering, slaap, geld en nog een paar andere die ik ben vergeten, een doolhof vol gevaren toonden, waardoor het mij als onmogelijk voorkwam dat hij Albert Heijn nog kon bereiken. Maar het was hem gelukt.

“Hoe oud ben jij?” vroeg hij opeens.

Ik noemde mijn leeftijd.

“Ik zal niet zeggen dat je al met één been in het graf staat, maar er wordt al wat aarde voor je weggeschoffeld.”

Een zinnetje waarover hij tevreden was.

“Is het je ook opgevallen dat er geen jeugd meer naar het café komt?” vroeg hij toen.

Ik uitte het vermoeden dat die naar andere cafés ging.

“Ja, met van die epilepsielampen en Gestapo-muziek en dan droogneuken op het ritme van een ontsnapte psychopaat die met een hamer op een stalen plaat staat te rammen. Hoe verleiden die jongens die meisjes dan?”

“Deed jij dat dan altijd met goede gesprekken?” vroeg ik.

Hij schudde zijn hoofd..

“Ik zou het niet meer weten. Opeens had ik een meisje, opeens was ik getrouwd, opeens had ik een kind en opeens lag mijn vrouw in een kist.”

“Dus je hebt nog een kind?”

“Ja, in Amerika. Ik heb zelfs kleinkinderen, maar ik heb geen telefoon en geen computer. En dan heb je geen kinderen en kleinkinderen. Ze bellen me via de buren. Ik kan m’n kleinkinderen niet verstaan. Zij spreken ­nauwelijks Nederlands en ik schaam me voor m’n Engels.”

Hij stond op, stal de krant van de vensterbank en zei voor hij vertrok: “Ik ga nu gezellig naar de disco.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden