Plus Column

Martin Wolff besefte: met de ventjes komen de centjes

Patrick Meershoek Beeld Maarten Steenvoort

Het heeft er alle schijn van dat Amsterdam dit jaar meer dan 20 miljoen bezoekers over de vloer krijgt. Dat is de complete bevolking van Burkina Faso. Als die Burkinezen allemaal in dezelfde week naar Amsterdam zouden komen, zou het land daar volledig verlaten zijn, afgezien van een enkele verbouwereerde olifant.

Ik wil niet met de beschuldigende vinger wijzen, en houd al helemaal niet van natrappen, maar we moeten hier op deze plek toch ook maar eens stilstaan bij de aanjagende rol die Martin Wolff in dit hele toeristische verhaal heeft gespeeld.

Hij is trouwens al meer dan honderd jaar dood, dus ingezonden brieven hoeven we van hem niet te verwachten.

Wolff stond in 1885 aan de wieg van de Vereeniging tot bevordering van het vreemdelingen-verkeer te Amsterdam. De uitdrukking was in die tijd nog niet uitgevonden, maar Wolff was de allereerste man die Amsterdam op de kaart wilde zetten.

Hij was zelf ondernemer en besefte: met de ventjes komen de centjes.

In een vlugschrift over de geringe aantrekkingskracht van de stad op buitenlandse bezoekers, vergeleek Wolff de hoofdstad met een jongeling van 17 jaar 'die veel goeds van zich doet verwachten'. Maar, voegde hij er meteen waarschuwend aan toe: "Zorgt men niet voor goed voedsel, dan zal die lange lummel kwijnen."

Die gezonde maaltijd, dat waren evenementen. Wolff dacht nog niet aan hedonistische uitspattingen zoals feesten in het park met versterkte muziek, stromende biertaps en rollende keukens.

Hij wilde waterfeesten, bloemencorso's en harddraverijen, bij voorkeur aangekleed met vuurwerkshows, gondelvaarten en andere activiteiten die in de hele stad voor een feestelijke stemming moesten zorgen.

Wolff begreep dat er keihard moest worden gewerkt om deze toeristische droom te verwezenlijken. "Amsterdam is nog geen wereldstad zoals Londen of Parijs, maar bijaldien alle burgers opgewekt en levenslustig mee arbeiden kan van de verschillende bestanddelen een flink geheel worden gevormd."

Op die opgewekte en levenslustige medewerking kon men ook in het Amsterdam van de negentiende eeuw lang wachten.

Een briefschrijver in de krant veegde de vloer aan met Wolff, en verweet de ondernemer onder het mom van liefde voor de stad vooral zijn eigen portemonnee te willen spekken als uitbater van diverse publieksattracties.

Wolff stierf in 1907 op 61-jarige leeftijd. Een eeuw later lijkt zijn drukke droom toch te zijn uitgekomen. De lange lummel maakt een goed doorvoede indruk en doet op sombere momenten zelfs denken aan zo'n kolossale dikkerd die zich in ruil voor de beelden op kosten van een Amerikaanse televisieshow uit zijn woning laat hijsen met behulp van een hoogwerker.

Wat zou Wolff ervan vinden? Zou hij zich in de handen wrijven of in wilde paniek een nieuw vlugschrift opstellen, nu voor de Vereeniging tot vermindering van het vreemdelingen-verkeer te Amsterdam?

Reageren? patrick@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden