Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Mannen houden van kijken naar machines

PlusMaarten Moll

Vier mannen in de sneeuw. Met hun gehandschoende handen op de reling van de fietsbrug over de A10.

Alle vier keken ze tamelijk gelukzalig naar wat er uit de richting van de stad op de snelweg aankwam.

Vier vrachtwagens in formatie.

Vier sneeuwschuivers, schuin achter elkaar. Met daarachter een heleboel auto’s.

“Schitterend,” zei de man met de rode muts.

De drie anderen knikten.

“Willem, kom nou!” riep een vrouw die een stuk verderop stond. Naast een slee met twee verkleumde kleuters erop.

Maar Willem kwam niet.

Hij bleef met zijn kompanen naar de sneeuwschuivers kijken die de weg vrijmaakten voor de colonne huifkarren achter hen. Alsof ze nieuw land ontgonnen met hun brullende motoren en dat geschraap.

“Willem!”

Willem bleef in de golven sneeuw turen.

“Daar komen er nog meer,” riep de man met de rode muts.

Dat waren de strooiwagens die het land weer vruchtbaar maakten.

“Ik had ze groter verwacht,” zei Willem.

“Moet je naar Colorado,” zei de enige man zonder muts. “Ken je die ene film met Liam Neeson op die sneeuwschuiver? Dat was pas een beest.”

De vierde man maakte het gebaar van de trucker die aan de ketting van de toeter trekt.

Mannen en machines.

Ik weet niet wat het is, maar als ik in de stad bij een bouwput blijf stilstaan om te zien hoe de een of andere machine iets de grond instampt, of opkijkend naar een hoge kraan, zie ik eigenlijk alleen maar mannen staan kijken.

Handen in de zakken.

Beetje schuifelen.

Steentjes wegtrappend.

Op straat kwatten.

Een enkeling met het gezicht in de afrastering.

Af en toe commentaar gevend. “Da’s niks, zo’n hydraulisch systeem.”

Als ik dan uren later weer langs de bouwput fietste, stonden sommige van die mannetjes er nog steeds. In de nabijheid van machines.

“Ik zag net nog een sneeuwschuiver van Vrijbloed over de Middenweg scheuren,” zei de man met de rode muts. “Die gasten denken echt dat ze de koningen van de weg zijn.”

“Dat zijn ze ook,” zei Willem wat afwezig. En met een glazige blik. Hij had er denk ik heel wat voor over gehad om op dat moment in de cabine van een van die sneeuwschuivers achter het stuur te zitten. Om duizenden en duizenden kilometers sneeuw te schuiven, en nooit meer op te houden.

Het begon weer wat harder te sneeuwen.

“Willem!!!” Op oorlogssterkte nu.

“Nog even,” zei Willem.

Hij klonk als de kleine Willem die hij ooit was geweest, aan de hand van zijn vader bij een bouwput.

“Ik ga hoor,” riep de vrouw

In de verte kwamen nieuwe sneeuwschuivers naderbij.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden