Column

Manneken Pis plast geen water meer, maar champagne

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (35) probeert in Het Parool van maandag, woensdag en vrijdag iets van het leven te begrijpen.

James Worthy
null Beeld Agata Nowicka
Beeld Agata Nowicka

Mijn overbuurman staat op een trappetje voor het raam. Zijn formidabele bierbuik hangt als een stalactiet over de dingen heen waarmee hij vroeger vrouwen kon bezwangeren. Op de eettafel zit een kat kopjes te geven aan een lege fruitschaal.

En dan zie ik het: mijn overbuurman gaat zo een Belgische vlag voor het raam hangen. Ik weet dat hij mij kan zien, hevig hoofdschuddend op een rommelig balkon, maar de buurman kiest er overduidelijk voor om mijn afschuw links te laten liggen.

Ik heb overigens helemaal niets tegen België, maar België is België niet meer. Al eeuwenlang schrijft, kookt en leeft de Belg beter dan de Nederlander, maar de Belg heeft eigenlijk nooit opschepperig over deze superioriteit gedaan. De Belg maakt betere televisie, de Belg maakt betere muziek en de Belg is grappiger, maar om de Nederlander een goed gevoel te geven, duwt de Belg al heel lang enkel middelmatigheid de grens over.

Jambers, Clouseau en Urbanus, dat was België. Parenclubs en kutmuziek. Als wij vroeger op vakantie naar Frankrijk gingen en we reden België in, tja, dan zag ik gewoon die charmante verwaarlozing. De Belg was groezelig doch knuffelbaar. Een hartvormig wratje. Dan stopten we bij een wegrestaurant en in zo'n wegrestaurant was alles en iedereen Jambers.

Zo voelde het. Zo zag ik het. Overdag zat Ans gewoon achter de kassa, maar in de avond trok ze jonge ezels af in de schuur van haar zwager Camiel. Dat was België.

Overdag was Roger gewoon een solide pompbediende, maar in de avond verfde hij zijn gezicht gifgroen en poepte hij in de fietstassen van alle dorpsbewoners wier achternaam met een f begonnen. Dat was België.

Het was een natie die zijn waanzinnige ranzigheid omarmde. Het was een natie bij wie de middelmatigheid als een gouden medaille om de nek hing. Guido Belcanto zingt in een van zijn mooiste liedjes over de pechstrook van het leven. Daar vertoefde België.

Maar België is België niet meer, want de bescheidenheid is dood. Manneken Pis plast geen water meer, maar champagne. Het volk dat steevast achter het net viste, eet vandaag de dag enkel nog kreeft. De Belg is een Nederlander geworden. De wonderschone mislukkelingen zijn zelfoverschattende dikdoeners geworden. Alles wat ooit Jambers was, is nu fatsoenlijk. Het land lijkt zindelijk te zijn geworden.

Ik kijk naar de zojuist opgehangen Belgische vlag van mijn Nederlandse overbuurman en ik merk dat mijn afkeer opeens heeft plaatsgemaakt voor begrip. Ik begrijp hem wel, want een Belg zonder bescheidenheid is gewoon een Nederlander.

james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden