Massih Hutak. Beeld Artur Krynicki
Massih Hutak.Beeld Artur Krynicki

Manipuleren, treiteren en kloten: volwassenen laten hun lelijkste kant zien

PlusMassih Hutak

“Wat klaverjassen is voor de Hollander, is troefcall voor de Surinamer,” aldus een artikel uit deze krant van juni 2016. Dat jaar werd het eerste WK-troefcall georganiseerd in Amsterdam Zuidoost. Dit weekend speelde ik het spel traditiegetrouw na een familiediner aan onze eettafel met Lievelingsmeisje tegen mijn broer en schoonmoeder.

Veel Nederlanders kennen troefcall voornamelijk als een Surinaams kaartspel. Maar Afghanen spelen het ook. De eerste keer dat ik troefcall speelde tegen m’n schoonmoeder leek het een belangrijk moment in mijn toetreden in haar familie. Het leek dé bevestiging voor mijn kennis en respect van de Surinaamse cultuur. Totdat ik haar vertelde dat ik dit spel niet had geleerd van mijn Surinaamse broeder en zusters, maar van mijn Afghaanse vader.

Dit kaartspel, waarin twee koppels tegen elkaar spelen, was sinds ik me kan herinneren in onze Afghaanse familie net zo onmisbaar als thee, saffraan en rijst. Het was het hoogtepunt van elke visite, of je nou te gast was of juist gasten ontving. Een avond die begon met Afghaanse thee en droogfruit ontwikkelde zich in een feestmaal van drie verschillende soorten rijstgerechten en kende z’n climax in de zithoek met een potje troefcall. Of zoals wij het noemen: fiscod.

Het liefst speelden de volwassenen als de kinderen al naar bed waren. Omdat ze zich dan van hun lelijkste kant lieten zien. Manipuleren, treiteren en kloten zijn namelijk onlosmakelijk verbonden aan dit kaartspel. Het is minstens zo belangrijk als rekenen, kijken en tellen.

Er mag absoluut niet gewenkt (gecommuniceerd) worden tussen de teamgenoten, maar het gebeurt aan de lopende band. Sommigen koppels hebben sinds jaar en dag vaste signalen. Anderen wisselen het per spel af. Winnen is prioriteit nummer één. Hoe je het doet, maakt niet uit. Als je het maar doet.

Het ergste dat kan gebeuren is dat je een ‘kap’ krijgt. Degene die zeven handen achter elkaar verliest, levert zeven punten in en krijgt de schaamtevolle slag die ‘kap’ heet. Alsof dit al niet pijnlijk genoeg is, moet je nog maanden zo niet jaren aanhoren hoe je voor schut werd gezet door ‘kap te eten’. Verschillende woordgrappen met de lettergreep ‘kap’ worden je te pas en te onpas toegebeten, ook als je het spel niet aan het spelen bent.

Een voorbeeld. Mijn schoonmoeder: “Massih, wanneer gaan we weer naar de snackbar?” Ik: “Huh, waarom?” Schoonmoeder: “Zodat ik je favoriete snack kan bestellen. KAPsalon!” Hele familie in een deuk.

Toen ik mijn vader laatst sprak, vroeg ik hem hoe hij denkt dat het komt dat zo’n specifiek kaartspel zowel in Afghanistan als in Suriname wordt gespeeld, met exact dezelfde regels en maniertjes. Hij dacht diep na en zei toen: India. Dat vond ik KAPot scherp van hem.

Rapper en schrijver Massih Hutak (1992) schrijft elke week een column voor Het Parool. Lees al zijn columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden