Maarten Mol Artikel Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Mol ArtikelBeeld Sjoukje Bierma

Man, met verrekijker om zijn nek, opent de deur en schreeuwt: ‘Diny! Trekvogels!’

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Op een bankje zaten twee oude mensen stuurs voor zich uit te kijken.

Dikke winterjassen.

De man had een iets te kleine hoed op zijn hoofd. De vrouw had haar handtas op schoot en hield die vast alsof er iets inzat dat er absoluut niet uit mocht.

“Dat is een Peter van Straaten,” zei ik, toen we er voorbij waren gelopen.

Mijn dochter keek me niet-begrijpend aan.

“Peter wie?”

“Dat was een tekenaar, een cartoonist. Jullie hebben me voor mijn verjaardag eens een heel groot boek van hem gegeven.”

“Dat kwam van mama, pap.”

Ik probeerde een snedige opmerking te verzinnen om onder die tekening van dat echtpaar op het bankje te zetten, maar ik kon zo snel niets verzinnen.

Peter van Straaten had er zeker vijf verzonnen nog voor hij het bankje zou hebben gepasseerd.

‘Dat is een Peter van Straaten,’ hoorde je tien jaar geleden nog regelmatig bij een scène op straat of in de kroeg, of als je iemand iets hoorde zeggen in de trant van ‘Weet je vrouw wel dat je hier bent?’ of ‘Vroeger kon hij heel mooi zingen’.

Met tekening erbij onweerstaanbaar geestig.

Zijn prent was vaak het eerste wat de lezers van Het Parool tot zich namen als de krant in de bus viel. Medicijn voor depressies, recept voor een glimlach.

En als je geluk had, kwam je eigen naam ook wel eens voorbij in het onderschrift.

Peter van Straaten overleed op 8 december 2016. Gisteren, op zijn vijfde sterfdag, opende in het museum Allard Pierson de expositie Misschien valt er wat te lachen, een ‘herdenkingstentoonstelling’ over het werk van Peter van Straaten.

Er zijn ruim honderd originele tekeningen te zien, en gastconservatoren kozen per thema een aantal prenten. Even was ik bang dat die gastconservatoren het werk van Peter van Straaten zouden gaan duiden. Als de tekeningen van Van Straaten iets niet nodig hebben, dan is dat duiding.

Op een enkel geval na gebeurt dat gelukkig niet.

En te lachen valt er genoeg.

Man, met verrekijker om zijn nek, opent de deur en schreeuwt: “Diny! Trekvogels!”

Wat is daarbij uit te leggen?

Fijn is ook The Exhibition Machine, die in een hoek van de zaal staat. 2500 willekeurig uit de Peter van Straatencollectie getrokken en gedigitaliseerde tekeningen waar je naar hartenlust in kunt grasduinen. Wat een rijkdom.

Ik ben een fan van zijn kroegtekeningen. In dat hele dikke boek dat ik van mijn dochters kreeg, Lachen zonder bril, staat een schitterende. Twee mannen zitten aan de toog van een café. Zegt de een tegen de ander: “Heb je het al gehoord? Tineke is bij je weggelopen.”

En in het Allard Pierson: een man die vrijpostig bij een vrouw op een kruk gaat staan aan het einde van de bar. Vrouw: “Ik heb het gevoel dat je vrouw mij niet zo erg mag.”

Hij mag misschien al een beetje vergeten zijn, Peter van Straaten, zijn tekeningen zijn tijdloos. Op naar het Allard Pierson!

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden