Maarten Mol Artikel Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Mol ArtikelBeeld Sjoukje Bierma

‘Mam, hij komt toch wel?’ vroeg het meisje weer

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

“Hij komt toch wel?” vroeg het meisje.

In het winkelcentrum was het nog niet zo druk. Er waren sinterklaasliedjes te horen.

Het meisje was in het gezelschap van haar vader en moeder.

Ze keken alle drie naar een verlaten kraam die was versierd met zakken vol nepcadeautjes en afbeeldingen van Sinterklaas. Er lag een rode loper voor.

Ze stonden er wat verloren bij.

Het meisje had een rode pietenmuts op. Ze had een kleine roe in haar handen. Zelf van gekleurd karton in elkaar geknutseld zo te zien. Ze hield met de andere hand de jas van haar moeder vast, murmelde wat met de muziek mee, en spiedde in het rond.

De vader keek wat verveeld. De moeder gaf haar dochter een kneepje in haar nek.

“Hij komt toch wel?” vroeg het meisje weer.

De moeder scheen het niet te horen.

Het meisje trok aan de jas van de moeder.

“Mam?”

“Waar stond dat eigenlijk, dat hij hier zou komen?” vroeg de vader.

De vrouw keek naar haar dochtertje.

“Dat heb jij toch op school gehoord?”

Het meisje friemelde wat aan haar roe.

“Toch?”

Het meisje knikte.

“Ik zie het anders nergens aangekondigd,” zei de vader.

“En ook geen andere kinderen,” zei de moeder.

Het meisje kromp.

“Als het lang duurt, wachten we nog even,” zei de man.

Zo te zien had de vrouw dat grapje pas een paar duizend keer gehoord.

“Ga je straks wel bij hem op schoot?” vroeg de vader.

Het meisje kroop achter haar moeder weg.

“Maak haar nou niet bang,” zei de moeder. “En alsof jij dat vroeger durfde.”

“Jaja,” mompelde de man.

De vrouw begon te lachen.

“Hoe zat dat ook alweer? Je vader zette je bij hem op schoot, en jij plaste in je broek? En de goedheiligman kwam er ook niet onbevlekt vanaf?”

“Ik ga een haring halen,” zei de man. “Jij ook?”

“Om elf uur ’s ochtends?” vroeg de vrouw.

De man haalde zijn schouders op, en liep weg.

Hij stapte bijna op een groen schuimpje.

“Nou, de stoomboot is er gelukkig al.” Hij grinnikte.

Het meisje wilde het schuimpje oppakken.

“Nee, dat doen we toch niet? Iets van de grond rapen?” zei de moeder.

Ze zocht in haar zakken, maar vond alleen een mondkapje.

“Hij komt heus wel,” zei de moeder.

De man kwam al kauwend terug.

“Goede haring,” zei de man met volle mond.

De vrouw keek naar het kartonnetje waar ook een bergje gesneden uitjes op lag.

Ze trok met haar neus en draaide bij haar man weg.

Op dat moment verschenen om de hoek twee Pieten. Een met een gele, een met een paarse muts. Beiden met roetvegen.

“Hè, hè,” zei de moeder.

“Is dat het?” vroeg de vader. “Twee Pieten?”

Het meisje begon met een grote glimlach op haar gezicht te trappelen van opwinding. Ze schoof nog even snel de pietenmuts goed op haar hoofd.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden