Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Mag ik je kussen? Dat propageer ik tegenwoordig weer

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Kleinzoon vraagt wat een dickpic is, zijn moeder legt het rustig uit en onmiddellijk moet ik denken aan mijn ouders.

In de jaren zestig, van de vorige eeuw, was de seksuele moraal in de wereld aan het veranderen. Vrijheid moest na de Tweede Wereldoorlog op verschillende niveaus worden beleefd. ‘Alles zoop en naaide,’ de woorden van Remco Campert – het was de wens van de jonge generatie die in de oorlog volwassen was geworden en wilde ‘inhalen’ wat ze had gemist. Mijn moeder, al voor de oorlog volwassen geworden, las Simone de Beauvoir. Mijn vader hield zich wat afzijdig, las Ik, Jan Cremer, maar vond de seksualiteit in het boek ‘veel te ver’ gaan. Mijn ouders zagen zichzelf toch als progressieve mensen. Dat betekende dat ze naar de Amerikaanse way of life verlangden.

Aan de omgang met het andere geslacht werd zeker aandacht besteed. Je moest zo beleefd mogelijk zijn. Deur openhouden, helpen in jas, vrouw voor laten gaan. Ik vroeg wel: “Maar hoe weet ik nu of een meisje me wil?” Dan luidde het nietszeggende antwoord: “Dat merk je vanzelf.” Mijn vader vertelde dat hij inderdaad op een gegeven moment aan mijn moeder had gevraagd: “Mag ik je kussen?” En dat mocht. Als mijn vader dit vertelde, hield ik mijn oren dicht. Ik kon het niet aanhoren. Schaamte.

Met beleefdheid viel alles op te lossen. Beschaving was zelfbeheersing, beleefdheid was de ander niet in de weg zitten of storen. Alles was ondergebracht om de ander op z’n gemak te stellen.

Maar ik wilde geen heilig boontje zijn. Zeker niet in de jaren zeventig. Ik merkte niet of een meisje me wilde kussen, en vragen durfde ik niet. Waarom werd ik alleen maar verliefd op onbereikbare vrouwen? Op vrouwen die vielen op knappe mannen die veel minder leuk waren dan ik? Op mannen die niet verlegen waren, nooit somber waren, die van de muziek van Adamo hielden en niet van Bob Dylan? En zo werd, met begeerte als aanmaakhout, de aansteller in mij aangestoken, de clown.

En mijn gedrag? Nee, soms verre van beleefd. Ik heb vaak gekwetst, meestal uit verdriet en om een tamelijk groot minderwaardigheidscomplex te compenseren. Onzekerheid los je niet zomaar op met een pil of therapie.

Maar opa Oude Wolf propageert tegenwoordig weer de beleefdheid en de beschaving. De rituelen die een taal spreken die niemand kwetst.

“Mag ik je kussen?”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden