Column

Maar verdomme, die gast kwam er wel mee weg

James Worthy
James Worthy Beeld Agata Nowicka
James WorthyBeeld Agata Nowicka

Mijn beste vriend en ik zitten in het vliegtuig naar Madrid. We gaan naar een voetbalwedstrijd. Hij heeft een hoed op. Het is geen mooie hoed, maar hij komt ermee weg. De klootzak. Ik kom nooit met iets weg. Of iets staat me of iets staat me niet.

Hoeden staan mij niet. Ik ben namelijk gezegend met een kolossaal hoofd. Laatst ging ik karten met wat vrienden en toen moest de mevrouw van de kartbaan naar een helm zoeken die groot genoeg was voor mij.

Ze zei dat ik maar wat moest gaan drinken. Ik bestelde een Sprite en voelde ondertussen aan mijn hoofd om te kijken of het echt zo groot was.

Op school werd ik soms gepest vanwege het buitengewone formaat van mijn hoofd. Dan rende ik huilend naar huis en thuis legde ik mijn hoofd in de schoot van mijn moeder.

"Mamma, heb ik echt zo'n groot hoofd? Heb je ooit ­sigaretten gerookt in de buurt van een lekkende kerncentrale toen ik in je buik zat?"

"Nee, James, jouw fantasieklier is gewoon groter dan die van de andere kinderen."

De mevrouw van de kartbaan blies de spinnenwebben uit de helm die ongeveer net zo groot was als een paardentrailer. Op de helm zag ik bloedvlekken, in de helm zaten een paar tandafdrukken en de binnenkant van het ding rook naar het verjaardagsfeestje van een 44-­jarige systeembeheerder zonder vrienden.

Mijn hoeddragende vriend flirt met de oudste stewardess in het toestel. Hij komt ermee weg. Als excuus om dichterbij te komen, doet ze alsof ze hem niet verstaat. In haar linkerneusvleugel zit een litteken van een neus­piercing die niet meer in haar neus zit.

Ik had ooit een vriendin die vier neusringen had. Ook zij kwam ermee weg. En ik liep met haar weg. Haar reukorgaan leek op een multomap waar ik tot het einde der tijden wel doorheen had willen bladeren.

Hij vraagt aan de stewardess of ze misschien een foto van ons zou willen maken. Ze knikt. Maar ik wil dit niet. Ik begrijp niet waarom mensen foto's willen maken in een vliegtuig. Als dit toestel neerstort, staat deze foto morgen in de krant. Een man in Almere-Muziekwijk slaat dan de krant open. Kijk ze nou zitten, denkt hij. De arme stakkers. Ze wisten van niets.

Ik kan de Telegraafkop al lezen. TWEE MANNEN GAAN NAAR HET VOETBAL, MAAR WORDEN BUITENSPEL GEZET DOOR HET NOODLOT. En toch maakt de stewardess een foto. Ze laat hem aan ons zien. Ik steek twee duimen in de lucht en mijn hoofd glimt enorm.

Dit komt doordat ik mijn gezicht vanochtend al met zonnebrandcrème heb ingesmeerd. Mijn vrouw stelde dit voor. Ze noemde het preventief insmeren. Madrid ligt in Spanje en in Spanje schijnt de zon. Ik vond het een goed idee.

Het vliegtuig rolt richting de startbaan. Ik kijk naar de bordjes met cijfers die naast het asfalt in het gras staan. Ik haat die bordjes. Ook vandaag weer, want ons vliegtuig rolt langs een bordje waar 24-6 opstaat. Mijn verjaardag. Mijn vriend en ik gaan Madrid niet halen. Ik weet het zeker.

De man uit Almere-Muziekwijk slaat morgen de krant open. Vluchtig zal hij naar onze vliegtuigfoto kijken. En hij zal even blijven hangen bij de hoed. Die merkwaardige hoed.

"Maar verdomme, die gast kwam er wel mee weg," fluistert hij, terwijl zijn vrouw, gehurkt in de bijkeuken, een grijze trainingsbroek in een overvolle wasmachine probeert te proppen.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns terug. Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden