PlusJessica Kuitenbrouwer

Maar nu hoor ik al twee weken de teckel niet meer

Jessica Kuitenbrouwer
Jessica Kuitenbrouwer Beeld Artur Krynicki
Jessica KuitenbrouwerBeeld Artur Krynicki

Het gekrijs van de nerveuze teckel was deel geworden van ons dagelijkse geluidsdecor. Zijn baas dreef hem driftig door de straten. Jammerend sloop het beestje door de buurt. Het zocht dekking bij elk onverwacht geluid en als andere viervoeters te dichtbij kwamen, zette het dier het op een gillen. Het was een indringend soort gillen, hard ook. Schel, maar met een soort bassige ondertoon, waardoor je hoorde dat de teckel meende wat hij riep. De meeneembekers koffie die zijn baas dronk op de zonnige bankjes, zodat hij een praatje kon maken met voorbijgangers, fokten de teckel nog het meest op. Onder die bankjes jankte de teckel om begrip. Naar huis wilde hij, terug naar zijn eigen beschutte veiligheid.

Hondje 1 had eens geprobeerd vriendschap te sluiten met de teckel, maar die moest daar, tot grote spijt van zijn baas, niks van weten. Teleurgesteld was hondje 1 afgedropen. Toen we doorliepen naar de visboer hoorden we achter ons dat de ­teckel werd uitgemaakt voor uilskuiken.

De teckel had een aanknopingspunt voor sociaal contact moeten zijn voor zijn baas, die het beestje immers had genomen zodat hij vaker naar buiten zou gaan. Nu baalde hij als een stekker dat de teckel zijn fantasieën verstierde, maar het was niet alleen zijn eigen behoefte aan contact die de baas zo driftig maakte. Hij had plannen voor de teckel, en als de teckel nou eens naar hem zou luisteren, zou die vanzelf wel merken dat dat léúke plannen waren. Een rijk sociaal leven voor zowel hond als baas, zo had de baas het voor zich gezien.

Maar de teckel gaf geen sjoege. En dus zette de baas in op zichzelf. Hij besloot het gekrijs te negeren en zijn aandacht te richten op zijn nieuwe koffiekennissen. De coronastilte had het namelijk makkelijker gemaakt om contact te leggen met voorbijgangers en ze uit te nodigen voor een praatje op het bankje. Drie maanden lang klonk zeker twee keer per dag het gekrijs van de teckel, maar ook het lachen van zijn baas. Het zien weg­ebben van zijn eenzaamheid maakte van het luide protest van het beestje iets wat we voor lief namen.

Maar nu hoor ik al twee weken de teckel niet meer. Zijn gekrijs is langzaam opgenomen in het rumoer van de drukker wordende stad. En helaas geldt hetzelfde voor de eenzaamheid van zijn baas. Als ik naar buiten kijk, zie ik hem zitten op een bankje, alleen. Zijn zonnige koffies weggespoeld met de regen en zijn lot opnieuw gemaskeerd door de veelheid gebeurtenissen op straat.

Jessica Kuitenbrouwer (1993) is schrijver, ­columnist en audioproducer. Ze schrijft deze zomer over haar leven in de binnenstad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden