Opinie

‘Maak van Haven-Stad een eilandenrijk’

Haven-Stad komt er niet zoals bedacht, denken drie architecten en stedenbouwkundigen. Succesvolle ontwikkeling van de nieuwe wijk vraagt om een radicale aanpak.

Maakbedrijven kunnen blijven als Haven-Stad wordt ingericht als een reeks wooneilanden. Beeld Siebe Swart/HH

In 2017 presenteerde het vorige Amsterdamse college de plannen voor Haven-Stad, een nieuwe wijk in het havengebied met 40 tot 70 duizend woningen. Twee jaar later staan deze plannen flink ter discussie in een tijd dat Amsterdam voor middeninkomens een onneembare vesting is geworden.

Een diverse, open en krachtige samenleving heeft woningen nodig. Wij pleiten daarom voor een nieuwe impuls die voorkomt dat Haven-Stad een fata morgana blijft.

Al sinds de jaren negentig verandert de stad oude havengebieden in woongebieden. Voorbeelden van deze Amsterdamse aanpak zijn ­Java-Eiland, Borneo/Sporenburg en de Oostelijke Handelskade: homogene woongebieden met aantrekkelijke openbare ruimte. Ten westen van de binnenstad wordt op dezelfde manier doorgebouwd in de Houthavens. Voor het westelijk havengebied is deze aanpak ongeschikt, vanwege de actieve maakbedrijven die wezenlijk onderdeel uitmaken van de stad.

De combinatie van industrie en wonen is lastig. Twee weken geleden dwarsboomde de Raad van State de woningbouwplannen van Zaanstad op het Hembrugterrein, een stukje verderop aan het Noordzeekanaal. Reden: de geluidsnormen voor de zware industrie in Westpoort. Datzelfde probleem geldt voor Haven-Stad.

Het afgelopen jaar hebben wij – onder meer met studenten van de Academie van Bouwkunst Amsterdam – gewerkt aan een alternatieve overleg- en ontwerpstrategie voor Haven-Stad. Wij denken dat een nieuwe benadering gebaseerd moet zijn op drie principes: meer omgevingsparticipatie, meer openbaar vervoer en meer verdichting. Alleen op die manier kan Haven-Stad samenvallen met de wens van het college om ‘de groenste stad van Europa’ te worden, een ambitieuze democratiseringsagenda door te voeren en maakindustrie te behouden.

Contract met omgeving

Succesvolle stadsontwikkeling in de 21ste eeuw kan niet zonder goede omgevingsparticipatie. In het westelijk havengebied zitten talloze ondernemingen – van Topkip tot Cargill en van The Bulldog Port 26 tot Ton’s Autohal. Ook anderen zullen gevolgen ondervinden van Haven-Stad: binnenvaartschippers, natuurbeschermers, woonarkbewoners, woningzoekenden, vastgoedontwikkelaars, hondenuitlaters en hardlopers. 

Deze ‘projectcollectiviteit’ – een term gemunt door UvA-onderzoeker Menno van der Veen – zou zonder Haven-Stad niet bestaan. Om hun wensen, zorgen en opvattingen in kaart te brengen, is een journalistieke aanpak nodig; interviews die de mensen, hun verhalen en hun omgeving in beeld brengen zonder enkel usual suspects te spreken.

Een omgevingscontract legt de afspraken met deze projectcollectiviteit vast. Daarin staan de verschillende belangen opgesomd, en maakt de gemeente heldere afspraken over voorwaarden waaronder het project doorgang vindt. Deze kunnen gaan over de inhoud van het plan, de voorzieningen, communicatie met de omgeving en de uitvoering. Dit voorkomt vrijblijvendheid.

Bereikbaarheid

Experts van het Urban Land Institute, die in opdracht van de gemeente kritisch keken naar de plannen voor Haven-Stad, prezen de ambities maar zetten vraagtekens bij de haalbaarheid. Belangrijke reden: de bereikbaarheid van de autoluwe stadswijk. Combinaties van individueel openbaar vervoer (deelauto) en collectief openbaar vervoer (metro) werken alleen als bewoners dichtbij hoogfrequente verbindingen kunnen wonen. Die moeten niet achteraf, maar vooraf worden aangelegd.

Transit Oriented Development (TOD) is in Azië een bekende ontwikkelingsstrategie. Daarbij wordt eerst de metro en daarna pas de gebiedsontwikkeling gerealiseerd – in plaats van andersom zoals bijvoorbeeld in de Sluisbuurt. De kosten van de metro worden later terugverdiend met de gestegen grondwaarde op de nieuwe knooppunten. Rond deze ov-knooppunten kan immers woningbouw in zeer hoge dichtheid worden ontwikkeld.

Dat brengt ons bij het laatste punt. Als we industrie en woningen willen combineren, en de geluidsnormen respecteren, dan is verdere verdichting de enige logische stap. Door alle woningbouw te concentreren in beperkte gebieden rond een aantal ov-knooppunten, slaan we twee vliegen in een klap: meer woningen en hoogwaardig openbaar vervoer.

Een levendige stad ontstaat alleen bij voldoende druk op de publieke ruimte. Vanuit verdichting rondom mobiliteitsknooppunten ontstaat een kritische massa aan inwoners die wonen, werken en ontspannen in een beperkt gebied, onafhankelijk van de auto. Winkels, restaurants en publieke voorzieningen floreren bij ruimtedruk.

Eilandenrijk

Haven-Stad is een gigantisch project in een uitgestrekt gebied. In plaats van het uitrollen van een tapijt van nieuwbouw over het westelijk havengebied, pleiten wij voor het ontwikkelen van acht hoogstedelijke eilanden. Een ov-knooppunt vormt het centrum van elk van deze eilanden. Hoogbouw maakt het mogelijk in hoog tempo nieuwe woningen aan de stad toe te voegen, maar minsten zo belangrijk: het geeft Amsterdam een vorm van hedendaagse stedelijkheid die de stad nog niet kent, waardoor de diversiteit aan woonvormen wordt uitgebreid.

Elk eiland zou acht tot tienduizend woningen – de schaal van De Oude Pijp – moeten tellen om aan de gestelde woningbouwopgave te voldoen. Het gebied tussen deze eilanden blijft open en ongepland: parken, industrie, bedrijvigheid en de leegte van de havens geven identiteit aan dit eilandenrijk. Door de schaal van de eilanden voelen bewoners zich betrokken bij hun ‘eiland’. De strategie staat gefaseerde ontwikkeling toe. Onze eerste studies laten zien dat zo’n ‘eilandenrijk’ een duurzame, metropolitaanse en aantrekkelijke stad oplevert.

Met de ontwikkeling van de Oostelijke Havens aan het einde van de twintigste eeuw heeft de vorige generatie stedenbouwkundigen en architecten internationaal furore gemaakt. De ontwikkeling van Haven-Stad zal de opgave zijn van onze generatie. Hierbij moeten we gezamenlijk op zoek naar hedendaagse antwoorden op de belangrijkste actuele vraagstukken: betaalbaarheid, bereikbaarheid, duurzaamheid en diversiteit.

Daan Roggeveen (architect, MORE Architec­ture), David Mulder van der Vegt (architect, XML Architecture Research Urbanism), Michiel Hulshof (oprichter Tertium omgevingsparticipatie)

Haven-Stad: plan B met onder andere wethouder Marieke van Doorninck, woensdag in Pakhuis de Zwijger. Aanvang: 20.00 uur. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden