James Worthy. Beeld Agata Nowicka

‘Maak je niet druk, ik sla de ijsberen wel van je af’

Plus James Worthy

Het is schoolvakantie. Mijn zoon en ik lopen over het strand. Hij plukt schelpen uit het zand en stopt ze in zijn jaszakken. Als zijn zakken vol zitten, ritst hij mijn zakken open en stopt er schelpen in.

“Zullen we zwemmen?” vraagt hij als de schelpen op zijn.

“Misschien later,” zeg ik, terwijl het begint te regenen.

“Ik moet steeds aan die ijsberen denken, pap.”

Gisteravond keken we naar een natuurdocumentaire waarin de ijsbeer centraal stond. We zagen een moederbeer en haar twee jongen 800 kilometer zwemmen. De moeder voorop en de kinderen volgden haar. Ze keek niet achterom.

“Waar denk je dan aan?”

“Aan de walrus die ze opaten.”

“Die walrus was al ziek en gewond.”

“Dat is toch zielig?”

“Absoluut. En het zet je aan het denken. Als je alleen maar zieke dieren kunt vangen, ben je dan zelf wel zo gezond?”

Mijn zoon blijft stilstaan en kijkt naar de zee. Ik ga achter hem staan en snuif zijn hoofdhuid op.

“Er zijn hier geen ijsberen hoor,” zeg ik.

“Dat weet ik. Ik begrijp het gewoon niet. Waarom was die walrus alleen?”

“Omdat hij ziek was.”

“Ik ben ook weleens ziek.”

“Ik beloof dat ik je nooit alleen op een ijsschots zal laten als je koorts hebt. Zullen we gaan zwemmen?”

“Is het niet te koud?”

“Nee, man, het is vijftien graden.”

Mijn zoon rent in een boxershort van de Hema het donkergrijze water in. Een golf probeert hem weer terug het land op te duwen, maar het water is niet sterk genoeg. Ik vouw mijn nieuwe spijkerbroek op en voel de koude wind in mijn kuiten buiten. Mijn zoon wijst en lacht om mijn onderbroek. Er staan ananassen op afgebeeld. Volgend jaar word ik veertig. Hij mag lachen.

De zee is onrustig. Zo onrustig dat mijn eigen onrust verzuipt en met de staart tussen de benen afdruipt.

“Dit is geluk, Jimbo. Bewaar dit moment op een veilig plekje. Jij en ik in herfstig Zandvoort. Zwemmend in de regen.”

“Het is wel koud. Ik hoop niet dat ik ziek word,” zegt hij.

“Maak je niet druk, ik sla de ijsberen wel van je af.”

Ik ga door mijn knieën en sla een arm om hem heen. Samen kijken we naar hoe mooi het strand is als het regent. En hoe gelukkig de vlaggen zijn als het waait.

Hij rent het water uit, “wie het eerst bij onze spullen is!” Ik begin te rennen. Als ik vol gas ga, haal ik hem in en win ik, maar ik wil niet winnen.

Mijn zoon droogt zich af met mijn nieuwe spijkerbroek. Als ik naar hem kijk, wil ik een boerderij in ­Drenthe kopen en nooit meer naar buiten komen. Hij is genoeg.

We lopen naar de ijssalon. In de hoek van de zaak hangt een spiegel. Mijn zoon rekent af. Ik kijk in de spiegel en zie een zieke walrus.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden