Lezersbrief

‘Maak haast met landelijke noodopvang repatriantengezinnen’

Kinderen van repatrianten dreigen op te groeien zonder ouders als hun gezinnen niet terugreizen en dakloos worden, aldus kinderombudsman van Amsterdam Anne Martien van der Does. 

Op dit moment zitten er nog gezinnen in deze vorm van opvang, onder andere in Buitenveldert. Beeld Eva Plevier

De noodopvang in Amsterdam sluit voor sommige gezinnen, heeft wethouder Simone Kukenheim vorige week laten weten. Het gaat om gezinnen die terugkomen uit het buitenland, maar die niet voor hun terugkeer een verblijfplek geregeld hebben. En het gaat om ‘zelfredzame’ gezinnen; als maatschappelijke ondersteuning nodig is, gelden andere regels.

Deze gezinnen hebben het recht om in Nederland te wonen, een of meer gezinsleden hebben de Nederlandse nationaliteit. Daarmee hebben ze nog geen recht op een woning in Amsterdam.

Het gaat om gezinnen die eerder woonden in Suriname, Italië en Marokko of andere Afrikaanse landen. In 2015 ging het om 42 gezinnen, in de eerste vier maanden van dit jaar waren het er al 208.

In navolging van andere grote steden gaat noodopvang voor deze gezinnen dicht, met een terugkeerregeling. Dat wil zeggen: tickets voor de terugreis voor het gezin en onderdak totdat het vliegtuig vertrekt.

Als kinderombudsman van Amsterdam kan ik deze beleidswijziging begrijpen. Ook wij zien een sterke toename van gezinnen die terug­keren uit landen waar het economisch minder gaat. Waarom ben ik dan bezorgd? Omdat ik vrees dat gezinnen niet terug zullen keren. Het toekomstperspectief is in Nederland immers veel beter dan waar ze vandaan komen, zeker voor de kinderen. En het adagium dat geen kind op straat slaapt, blijft gelukkig overeind.

Eenvoudige oplossing

Het gebeurt al dat Amsterdamse ouders die dakloos worden, zich er bij neerleggen dat er alleen een woonplek voor hun kinderen komt. Ouders gaan dan ‘bankhoppen’ bij vrienden en bekenden. Als dat ook met deze repatriantengezinnen gebeurt, raken de ouders buiten beeld van instanties die hun kunnen helpen om elders in Nederland een woning te vinden. Er zal nooit een reguliere woning in Nederland worden gevonden en kinderen groeien op zonder hun ouders. Op grond van zowel het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens als het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind kan Nederland dat niet accepteren.

Wethouder Kukenheim vermeldt dat begin april 2019 een brandbrief is gestuurd naar de staatssecretarissen van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Justitie en Veiligheid, met het dringende verzoek om hun landelijke verantwoordelijkheid te nemen voor de opvang van deze gezinnen. De staatssecretarissen zouden hierover ‘in gesprek’ willen gaan.

Dat schiet niet op. Ik betreur het dat niet gewacht is met het sluiten van de Amsterdamse opvang voor repatriantengezinnen tot er een nationale regeling is getroffen. Als kinderombudsman van Amsterdam heb ik daar al veel langer om gevraagd.

Het treffen van zo’n landelijke regeling lijkt eenvoudig te realiseren. Op de website van het COA staat: ‘Het COA beheert daarnaast een aantal locaties die niet bewoond zijn. Die locaties zijn gesloten in een periode met een lage asielinstroom, maar de overeenkomsten met de gemeente en/of verhuurder lopen nog. Of het pand is eigendom van het COA.’

Waarom kunnen deze leegstaande locaties niet tijdelijk gebruikt worden voor zelfredzame repatriantengezinnen? Daar is de Nederlandse staat immers op dezelfde manier voor verantwoordelijk als voor asielzoekers.

Wij spreken met enige regelmaat ouders die net terug zijn in Nederland en geen woning kunnen vinden. Daardoor weet ik dat zij vaak ook bereid zijn om zich buiten Amsterdam te vestigen. Eerste opvang van het hele gezin buiten Amsterdam zou voor hen geen probleem zijn. Vervolgens moeten deze gezinnen wel goed geholpen worden om uit te stromen naar de reguliere woningmarkt.

Financiën op orde

Ervaring die hier inmiddels mee is opgedaan, laat zien dat ouders stuiten op problemen die voor hen heel ingewikkeld zijn, maar feitelijk makkelijk oplosbaar. Denk aan het op orde krijgen van de financiën, verklaring omtrent het inkomen, verhuurdersverklaring. Zonder dat komt er ook buiten Amsterdam nooit een woning. Vanuit een landelijke noodopvang kan daarbij vanuit nationale middelen hulp worden geboden.

Daarom roep ik de staatssecretarissen op om haast te maken met een landelijke noodopvang voor deze gezinnen. Zodat zij ergens in Nederland een nieuw bestaan kunnen opbouwen.

Anne Martien van der Does os Kinderombudsman ­Amsterdam en Zaanstad, en plaatsvervangend ­ombudsman Metropool Amsterdam. Beeld Gemeentelijke Ombudsman
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden