Art Rooijakkers en zijn twee dochtertjes Beeld Artur Krynicki

Lummelen is er voor mijn dochters niet meer bij

Plus Art Rooijakkers

De tweeling Puk en Keesje, geboren in 2017, zijn kinderen van de 21ste eeuw. Wat houdt dat in en hoe ziet hun leven straks eruit? Vader Art Rooijakkers gaat op onderzoek uit. Vandaag: vervelen mijn dochters zich nog?

In deze tijd van haasten-naar-de-crèche-deur-uit-heb-jij-precies-nu-je-luier-volgepoept-weer-­terug-om-daarna-de-dag-door-te-racen-tot-die-twee-eindelijk-op-bed-liggen-o-nee-wacht-eentje-wil-niet-slapen-hè-hè-nu-wel-nog-even-mijn-inbox-legen-en-dan-uitgeteld-naar-bed kan ik het me niet goed meer voorstellen, maar toch waren er ooit dagen dat ik me verveelde. Van die lange, lijzige, stroperige zondagmiddagen die tergend langzaam voorbij leken te kruipen. Buiten regende het, ik was een puber en internet bestond nog niet.

Waarschijnlijk romantiseer ik er vrolijk op los, maar ik maak mezelf wijs dat die staat van lethargische ledigheid me geholpen heeft in het vinden van mijn creativiteit, vindingrijkheid of hoe je het ook wil noemen. Dus schrok ik laatst toen ik bedacht dat ik niet alleen mijn twee dochters de schuld kan geven van dat ik me nooit meer verveel, maar dat de hoofdschuldige in mijn broekzak zit. Mijn smart­phone vult elke lege seconde. Mijmeren, lummelen of nietsnutten is er niet meer bij. Ook niet voor mijn opgroeiende dochters, of gaat dat veranderen?

Voor een antwoord bel ik met Wijnand van Tilburg, die al meer dan tien jaar studie doet naar verveling. “De vraag of mensen zich door smartphones niet meer vervelen, krijgen we vaker te horen. Uit recente studies in de Verenigde Staten blijkt dat bijna twee derde van de volwassenen zich minstens elke tien dagen ­verveelt. Als je uitgaat van een gemiddelde levensduur van tachtig jaar, kun je bij elkaar opgeteld twee jaar daarvan karakteriseren als een of andere vorm van verveling, lichter of zwaarder,” aldus de psycholoog aan het King’s College in Londen.

Hoogleraar cognitieve psychologie aan de Universiteit Utrecht Stefan van der Stigchel is zorgelijker. “Mindwonderen, zoals ze het noemen in het Engels, doen we minder dan ooit, is mijn observatie. Daarmee gaat iets verloren, want dat is nodig om je brein op te laden voor reflectie, nadenken over toekomst en verleden en over wie je bent.”

Van der Stigchel vertelt over een Amerikaans experiment uit 2014 waarin studenten 15 minuten in een lege kamer werden geplaatst met niets anders als afleiding dan een kastje waarmee ze zichzelf schokken konden toedienen. Het duurde maar een paar minuten voordat bijna de helft van de proefpersonen dat ook herhaaldelijk deed. “Dat kan nieuwsgierigheid zijn geweest, maar je kunt ook de conclusie trekken dat mensen zichzelf liever pijn doen dan dat ze zich vervelen.”

We gaan dus ver om verveling te vermijden en daar spelen techbedrijven handig op in. Toch is dat minder problematisch dan ik denk, legt Wijnand van Tilburg me uit. “Natuurlijk helpt zonder doel op je telefoon rondsurfen je niet vooruit. Aan de andere kant kan langdurige verveling leiden tot depressie en is het onjuist om te denken dat je van verveling spontaan een creatief genie wordt. Eigenlijk is het net als met alcohol: verveel je, maar doe het met mate.”

Hoe doe je dat? Stefan van der Stigchel komt met een praktische tip. “Probeer de drempel tot het pakken van je mobiele telefoon te vergroten door hem bijvoorbeeld diep in je rugzak te verstoppen. Zo zorg je ervoor dat je meerdere stappen moet nemen om ernaar te grijpen.” Dat ga ik eens proberen. Morgen. Of de dag erna.

Voor deze rubriek werkt Art Rooijakkers ­samen met studenten (Condor) van de Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden