Roos Schlikker Beeld Oof Verschuren

Louis Litt uit de advocatenserie Suits zit in ons allemaal

Plus Roos Schlikker

In de advocatenserie Suits zit een beklagenswaardige figuur, Louis Litt. Hij is weliswaar een briljant jurist maar heeft een hamsterachtig voorkomen, dat nogal contrasteert met dat van zijn knappe kantoorgenoot Harvey Specter.

Louis Litt is een harde jongen. Hij scheldt stagiaires verrot, speelt tijdens rechtszaken akelig op de man, hij gromt, schreeuwt en bekvecht. Maar stiekem zit hij dagelijks als een zielig wezentje bij zijn psychiater omdat zijn ego zo gebutst is. Litt gelooft dat hij door niemand serieus wordt genomen of op waarde wordt geschat. Hij voelt zich klein, dus houdt hij zich te groot. Triest natuurlijk. Tegelijkertijd is Louis Litt de comic relief, de sneuneus om wie we op de bank graag gniffelen.

De laatste tijd moet ik vaak aan Litt denken. Wanneer een oudere man die bij de kaaswinkel achteraan de rij staat plotseling roept: “Ja! Ik was aan de beurt!” en ijzerenheinig zijn bestelling opdreunt als was het een militair bevel – “Pond emmentaler, ons cashewnoten, pistaches maar niet van die zoute, want die ik de vorige keer kreeg waren echt walgelijk zout, pak Melbatoast. Heb je dat?” Het is als Louis Litt die zichzelf overschreeuwt (“In the firm’s food chain, I am a humpback whale and you are phytoplankton”) puur omdat hij zich gehoord wil weten.

Louis Litt is overal. Hij zit ook in de dame uit mijn werkomgeving die heel goed is in wat ze doet, maar voortdurend vreest dat anderen dat niet weten. Dus blaft ze collega’s af, maakt ruzie met meerderen en minderen, roept zelfs het gevreesde: “Weet je niet wie ik ben?” Ze lijkt arrogant. Maar onder alle geveinsde superioriteit zit de angst: straks weten ze echt niet wie ik ben.

Zo gek is die paniek niet. Eten, slapen en voortplanten gelden als onze basisbehoeftes, maar daarbij vergeten we een heel belangrijke: gezien worden.

Dus Litten we wat af. Ik zie hem ook in mezelf als iemand me tijdens een mannenzakendiner minzaam vraagt wiens secretaresse ik ben en ik het nodig vind om iets te nadrukkelijk te roepen wat ik op mijn werkpalmares heb. Later schaam ik me. Wat zou er mis mee zijn als ik dienstverlenend was? In Suits runt officemanager Donna eigenlijk de hele advocatentoko. En al was het niet zo: waarom moest ik zo nodig tonen dat ik kon meespelen met de grote jongens?

Mijn ego wilde worden gered. Het construct dat we van onszelf maken, waarvan we almaar moeten vertellen wat we vinden, wie we zijn, waarom we meetellen. De Louis Litt die naar buiten breekt. Die Louis Litt die doet of hij de walvis is, maar zich stiekem het plankton voelt. We hebben hem allemaal in ons.

De enige truc is dat we ons dat bewust zijn. Wie zichzelf of een ander betrapt op Litten, is plotsklaps stukken milder. Want het ego is slechts een balletje van verhalen, een knikker die rolt op je hand. Als comic relief. Iets om op de bank om te gniffelen en vooral niet al te serieus te nemen. 

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden