Column

'Loop niet zo te zwarrelen'

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (35) probeert in Het Parool van maandag, woensdag en vrijdag iets van het leven te begrijpen

James Worthy Beeld Agata Nowicka

Op de rug van een jongen zit een meisje zonder schoenen. Misschien wist ze niet welke schoenen ze aan moest trekken en toen zei hij: "Vergeet die schoenen, schat, ik draag je wel."

Ze heeft vuurrode haren en door haar neusschot zit een ringetje. Het ringetje glinstert, alsof ze zojuist met haar neus in de boter is gevallen. Rond diezelfde zuivelzachte neus zitten tientallen rode sproetjes en deze tientallen rode sproetjes maken van haar gezicht de allermooiste gravel tennisbaan die ik ooit heb gezien.

"Ben ik niet te zwaar?" vraagt ze net voor een brug.
"Totaal niet, maar je moet wel stoppen met het laten van scheetjes."
"Doe normaal hoor, ik laat geen scheten."
"Nog niet nee."

"Ze zullen inderdaad ooit komen, maar ik bewaar ze voor je."
"Je maakt een soort compilatie voor me?"
"Ja, ik wil pas dat je me ruikt als ik wil dat je me ruikt. Ik wil niet dat onze roze wolk versneld wegdrijft vanwege mijn darmgas."

"Scheten. Winden. Ruften. Sorry hoor, maar ik ben van mening dat wij tweetjes, jij en ik, nú een ander woord voor de menselijke winderigheid moeten verzinnen."

"Eens, het klinkt allemaal zo koorballerig. Al die woorden dragen een zeiljas en studeren rechten."
"Hoe zou jij het willen noemen dan?"

"In elk geval iets vrouwelijks. Iets zachts, weet je wel? Mannen gapen, vrouwen geeuwen. Ik zou een mix van dwarrelen en zwieren maken. Zwarrelen. Loop niet zo te zwarrelen."

"Mooi hoor, ja, voor de mannen zat ik aan een combinatie van donderen en waaien te denken. Van linzen moet ik altijd zo wonderen."
"Dan zou ik eerder voor dwaaien gaan."

Na een wandeling van tien minuten ploffen ze neer in het gras van het Museumplein. Hij ligt op zijn buik en zij pakt een stokbrood, een doosje La Vache qui rit en een goedkope fles wodka uit een linnen tas waarop de tekst 'Heb lief en lees Carmiggelt!' staat.

Ze kijkt naar hem. Naar zijn rug. Met de langste nagel aan haar rechterhand pulkt ze een mee-eter uit zijn schouder. Ze rolt het lichtbruine bolletje zachtjes tussen haar duim en wijsvinger. Het meisje is niet vies van haar vriend. Dit is niet zomaar een ophoping van talg en hoorn, nee, dit is een relikwie.

Het begint te regenen. Het plein loopt leeg. De toeristen stappen in trams met beslagen ruiten. Maar het tweetal blijft gewoon liggen in het gras. Ze voelen de regendruppels niet. Verliefdheid is een regenpak zonder einde.

james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden