Opinie

‘Lockdown is slecht voor alle leerlingen, óók voor studenten’

De discussie over de hervatting van het fysieke onderwijs beperkt zich te zeer tot het basis- en het middelbaar onderwijs, stellen Danielle Jansen en Károly Illy van het OMT. Studenten dreigen vergeten te worden.

null Beeld ANP
Beeld ANP

Op 12 januari werd duidelijk dat de lockdown die op 15 december is ingegaan zeker tot en met 9 februari van kracht zal blijven. Bij het nadenken over het weer versoepelen van de coronamaatregelen wordt het tijd de leeftijdsgrens in de discussie rondom de schoolsluiting en -heropening los te laten en het in plaats daarvan te hebben over onderwijsmogelijkheden voor álle jeugdigen, inclusief de mbo-, hbo- en wo-studenten.

Nederland telt rond de 1,3 miljoen mbo-, hbo- en wo-studenten van wie het merendeel jonger is dan 25 jaar. Volgens de definitie van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) behoor je tot je 25ste tot de jeugd. Deze leeftijdsgrens is er niet voor niets; hoewel veel wettelijke privileges voor volwassenen beginnen op de leeftijd van 18 jaar, kunnen jongeren tussen de 18 en de 25 jaar niet over één kam worden geschoren met volwassenen, aangezien de aanvaarding van volwassen rollen en verantwoordelijkheden doorgaans pas later plaatsvindt.

Als iedereen tussen de 18 en de 25 jaar nog steeds als jeugd wordt gezien, waarom hanteren we dan in het Covid-19-beleid zo’n strikt onderscheid tussen scholieren en studenten? Wat betreft coronagerelateerde gezondheidsproblemen is dat niet logisch: net als leerlingen van lagere en middelbare scholen ervaren ook oudere jongeren mentale gezondheidsproblemen. En ook zij hebben last van een beperkte interactie met leeftijdsgenoten als gevolg van het stopzetten van fysiek onderwijs, sporten en bijbaantjes.

Achterhaald onderscheid

Ook wat betreft de dagindeling van studenten is het niet terecht dat de ‘knip’ wordt gezet bij het afronden van de middelbare school. Net als scholieren brengen studenten het merendeel van hun tijd door in een onderwijsinstelling en is het volgen van kwalitatief onderwijs essentieel voor hun verdere ontwikkeling.

Het verschil in coronabeleid tussen primair en voortgezet onderwijs enerzijds en het beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs anderzijds stamt nog uit de tijd dat we er, enkele maanden geleden, van overtuigd waren dat kinderen onder de 18 jaar een veel kleinere rol in de besmetting van het coronavirus speelden dan wie 18 jaar of ouder is.

Dat inzicht is inmiddels achterhaald; kinderen in het voortgezet onderwijs hebben een grotere rol bij de verspreiding dan aanvankelijk werd gedacht. Dit betekent dat een knip in coronabeleid tussen primair en voortgezet onderwijs én het daarop aansluitende onderwijs niet meer logisch en niet meer te rechtvaardigen is. Scheer studenten niet over één kam met volwassenen, maar met de jeugd tot 18 jaar!

Recht moet worden erkend

De discussie over schoolsluiting en -heropening moet daarom worden verbreed tot een discussie over onderwijs voor alle jeugdigen. Bij het nadenken over het versoepelen van de maatregelen moeten de mogelijkheden voor het middelbaar en hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs in één zucht worden genoemd met die voor het primair en voortgezet onderwijs. Het belang van fysiek onderwijs is voor jongeren ouder dan 18 jaar immers net zo groot als voor jongere jongeren.

De overheid is als eerste aan zet en moet om te beginnen erkennen dat 18- tot 25-jarigen evenveel recht hebben op en belang hebben bij onderwijs als de jongere jeugd. Wij zijn ervan overtuigd dat mbo-, hbo- en wo-instellingen vervolgens graag hun verantwoordelijkheid nemen in het creëren van een veilige omgeving voor studenten en schoolpersoneel. Een mooi voorbeeld van samenwerking tussen de overheid en hbo- en wo-onderwijsinstellingen is de proef in Groningen waarbij studenten met een negatieve uitslag van een covidtest, voorafgaand aan een tentamen, op locatie het tentamen mogen maken.

Gelijk met de overheid zijn de studenten zelf ook aan zet: zij moeten niet langer afwachten, maar zich laten zien en van zich laten horen en actief meedenken over mogelijkheden hoe we zo snel mogelijk terug kunnen naar veilig, werkbaar en kwalitatief goed fysiek onderwijs.’

Danielle Jansen, socioloog en universitair docent aan het Universitair Medisch Centrum ­Groningen en de ­Rijksuniversiteit Groningen. Beeld -
Danielle Jansen, socioloog en universitair docent aan het Universitair Medisch Centrum ­Groningen en de ­Rijksuniversiteit Groningen.Beeld -
Károly Illy, kinderarts, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde en lid van het Outbreak ­Management Team. Beeld -
Károly Illy, kinderarts, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde en lid van het Outbreak ­Management Team.Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden