Opinie

‘Lintjesregen? Uit dat verkleinwoord spreekt een geamuseerd dedain’

Afgelopen week zijn 3060 Nederlanders onderscheiden met een lintje.Beeld GPD CEES ZORN

Dit jaar zijn er weer veel lintjes uitgedeeld door de koning. De ontvangers worden tekortgedaan bij de toekenning hiervan, schrijft Ulli d’Oliveira. 

Er is iets merkwaardigs aan de hand met de lintjesregen ‘die het Zijne Majesteit de Koning heeft behaagd jaarlijks over het Nederlandse volk te laten neerdalen’, zoals de formule luidt.

Er zit een pikante tegenstelling besloten in het zachtjes geringschattende ‘lintjes’ en de hoge bemoeienis van het gekroonde staatshoofd. Uit dat verkleinwoord spreekt een geamuseerd dedain, het gaat over stukjes textiel die eigenlijk niet de moeite waard zijn. Folklore.

Natuurlijk staat het de gedecoreerden vrij hun soms valse bescheidenheid de ruime teugel te laten met dit diminutief – ‘Ja, ik heb een lintje gekregen’ – maar de goegemeente, de media ingesloten, komt die verkleining niet toe. De landelijke media, die trouwens steeds minder uitvoerig melding maken van deze rituele ­sociale neerslag, doen de verdienstelijke Nederlanders tekort met deze neerbuigendheid die impliceert dat zo’n lintje niks voorstelt.

Ook de Majesteit wordt tekortgedaan: alsof hij zich met pepernoten afmaakt van zijn behoefte om onderdanen te complimenteren met hun inspanningen. Kortom, spreken over de ‘lintjesregen’ degradeert en nivelleert.

Het aardige van het stelsel is dat het van onderaf werkt: mensen uit de samenleving worden door diezelfde samenleving van onderop voorgedragen. Dat geeft wel aanleiding tot willekeur. Zo zijn er per 10.000 inwoners op de Antillen veel meer verdienstelijke lui dan in Drenthe; ook in de Zuidelijke Nederlanden heerst er een groter animo om mensen een decoratie te bezorgen.

Strafblad

Dan het ‘behagen’ van Zijne Majesteit. In feite heeft het staatshoofd niets te maken met het decoratiestelsel, en zijn behagen doet al ­helemaal niet ter zake. De eer die jaarlijks ter gelegenheid van de verjaardag van de koning wordt betoond aan verdienstelijke land­genoten, de laatste jaren zo’n 3500 in getal, is geregeld bij de wet.

Het begint ermee dat in de omgeving van de betrokken persoon het initiatief wordt genomen om de burgemeester te attenderen op de verdiensten van de kandidaat. Aan de hand van bepaalde richtlijnen beoordeelt deze de kracht van het dossier. Geeft hij het groene licht, dan gaat het verzoek naar de commissaris van de Koning, die er op zijn beurt het licht over laat schijnen. Is die akkoord, dan komt het Kapittel van de Nederlandse Orden aan de beurt, die er de fijne kam nog eens doorheen haalt. Ook wordt gekeken of de topper niet een lelijk strafblad heeft.

Als het dossier al deze horden genomen heeft, komt het op het bureau van de verantwoordelijk minister te liggen. Is deze het ermee eens, dan neemt hij een koninklijk besluit, dat wil zeggen, een besluit van de minister dat ook door de koning moet worden ondertekend. Is de minister het er niet mee eens, dan komt het voorstel in de ministerraad, en die beslist dan. Dat komt nauwelijks voor.

Orde van de Nederlandse Leeuw

De rol van de koning is niet anders dan bij alle formele regelgeving en besluiten op het niveau van het kabinet: hij is verplicht te tekenen en heeft niets te vertellen over de inhoud van de besluiten. Vrijheid van behagen of onbehagen is hem niet gegund. Die gevoelens mag hij uitleven bij de huisordes van Oranje-Nassau, maar niet bij de op de wet gebaseerde decoraties. Zou hij weigeren te tekenen, dan heeft hij een constitutioneel probleem: hij maakt zich schuldig aan de uitoefening van een macht die hij niet bezit.

Overigens mag niet vergeten worden dat het ene ‘lintje’ het andere niet is. Er zijn, als in het leger, allerlei rangen. In de eerste plaats tussen de beide ordes: Oranje-Nassau is lager dan de orde van de Nederlandse Leeuw. En binnen die twee ordes bestaat een hele hiërarchie. Met militair aandoende graden: ridders, officieren, commandeurs, wat bij die civiele ordes toch vreemd aandoet. Onze standenmaatschappij komt tot uitdrukking in de omstandigheid dat de elite de hogere rangen bekleedt en dat gewone mensen, die zich uiterst verdienstelijk gemaakt hebben, blijven steken in de laagste rang: lid in de orde van Oranje-Nassau. Dat schijnt de koning te behagen.

Ulli d’Oliveira is lid van het Republikeins Genootschap en Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.Beeld ANP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden