Plus Column

Liever een mop dan mopperen

Thomas Acda Beeld Wolff

Ochtend, regen, nog donker. Ik heb de autoradio nog niet eens aan of ik voel al dat er iets mis is, dat er mies is. Buiten op straat lijkt iedereen een mopperende zwerver. Door die koptelefoons. Mensen mopperen de hele tijd dat anderen te veel mopperen.

Vreemd eigenlijk dat een woord met mop erin zo'n negatieve betekenis heeft gekregen. Ik zeg expres 'vreemd', want schrijf ik 'belachelijk eigenlijk...' dan zou ik ook mopperen en dat wil ik niet. Ik ben te druk om gestrest te zijn. Bovendien, mijn gemopper zou door niemand worden gehoord worden, tenzij ik ze op zou bellen.

De man die om acht uur in de ochtend zomaar ineens zijn kraanwagen neerzet waardoor de hele straat zonder enige waarschuwing vaststaat, hoort mij niet. De toeterende chauffeurs achter mij ook niet. Niet de dame die uitparkeert alsof ik er niet al stond.

Ja, dun dametje, citeer ik de schillenboer uit De miesmuizers van Annie M.G. Schmidt, dat zullen dure achterlichtjes geweest zijn. Boos inspecteert ze de voorkant van mijn auto. Die is van vrij roestig staal, maar zal niets mankeren. Ze steekt haar middelvinger naar me op. ­Fysiek mopperen.

Ik zou best uit willen stappen, maar omdat ik vermoed dat ik met mijn ongekamde haren nogal agressief overkom, besluit ik haar niet te helpen met het opruimen van haar kapotte achterlichten.

Ik ben niet boos maar wel wit en ik pas er vriendelijk voor om zomaar ineens in de verkeerde categorie te belanden.

Annie was een ziener. We zijn echt miesmuizers geworden.

Als we nou eens wat genuanceerder zouden willen zijn, een regering kiezen die wil regeren over het volk in plaats van voor multinationals, en mensen verdomme wat ze willen bereiken nou eens voor ogen houden in plaats van elkaar de hele dag overal de maat te nemen. Niet mopperen!

Ik probeer mezelf af te leiden door aan een echte mop te denken. Elk mopje dat me te binnen schiet is of kwetsend voor iemand of juist niet, waardoor er halverwege mijn gedachtegang alweer volksstammen uit hun stoel schieten om te zeggen dat ik aan een laffe mop denk omdat ik me laat indoctrineren door de klaaglegers.

Zelfs in mijn eigen hoofd is het slecht toeven door dat maat nemen.

Ik wens iedereen voor kerst een eigen meetlat. Om zelf naast te gaan liggen. Voldoen we zelf eigenlijk wel aan de eisen die we anderen stellen? Dat is een mooie kerstgedachte!

Dun dametje gaat met een hak mijn voorlicht te lijf. De kraan is klaar. Het toeteren stopt. Het is pas kwart over acht.

Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van 'de' Amsterdammer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden