Theodor HolmanBeeld Artur Krynicki

Liesbeth Koenen was een dame met een natuurlijke allure

PlusTheodor Holman

Ik weet niet waar we waren geweest. In het café, denk ik, of bij een boekpresentatie.

We liepen samen door het Vondelpark naar huis.

Het was in de herfst en het regende.

We probeerden onszelf droog te houden onder een paraplu van redeneringen, ­roddels, anekdotes en meligheden.

Zij ontlokte me mijn betere zelf door haar spitsvondigheden, waarop ik tevergeefs ­probeerde even spits te antwoorden.

Opeens zei ze – en het was of het samenviel met het stoppen van de regen: “Ik moet hier linksaf!” Ik kreeg een kus en ze ging haar eigen weg.

“Wat een wonderlijke dame,” dacht ik.

Want het was een dame. Een dame met een natuurlijke allure.

Liesbeth Koenen, want over haar heb ik het, zag ik vaak op bijeenkomsten, feesten, begrafenissen en dan spraken we altijd af dat we eens een keer uit eten moesten gaan. Ik wilde dat graag, want ze kon prachtig vertellen over haar vak als taalkundige, waarover ze ook publiceerde.

“Maar jij maakt toch geen afspraak. Weet ik,” zei ze.

En altijd, altijd was er dan die lol, een bepaalde manier van converseren die ­getypeerd werd door haar kritische geest. Typisch een vrouw die niet over zich heen wilde laten lopen. Ze was stoer, met soms een bittere rand.

Op een gegeven moment zaten we bij hetzelfde radioprogramma het nieuws te analyseren en zij vond dat we daar te weinig voor betaald kregen. Ze vond dat dermate onrechtvaardig dat ze haar medewerking opzegde. Dat ik niet solidair met haar was, nam ze me kwalijk. Met zoete, confronterende verwijten. Zoals gezegd: ze had allure. Toch was het of haar sterke principes, haar sterke gevoel voor onrecht, een hand was die haar tegenhield te leven zoals zij wilde.

Op een keer kwam ik haar weer tegen in het Vondelpark. Ik liep daar met mijn kleinkinderen. Ze vond het wonderlijk mij daar met mijn kleinkinderen te zien. Ze had me daar ooit zien spelen met mijn dochtertje.

“Wat worden we oud,” zei ze. En direct daar achteraan: “En ik heb kanker, maar dat zul je wel hebben gehoord.”

We vloekten samen hartgrondig en ­moesten daar weer bitter om lachen.

Eergisteren stierf ze.

Het vermogen te verlangen heette een boek van haar met interviews met taalkundigen. (Vermogen: kunde. Verlangen: talen.)

Die titel typeerde haar.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden