Opinie

Lezers tegen Buma: 'Waarom dan geen Adolf Hitler Platz?'

Geen handel zonder krijg en geen krijg zonder handel, wist J.P. Coen. Parool-lezers reageren op CDA-leider Sybrand Buma, die zijn naam niet wil wissen.

Anoniem portret van Jan Pieterszoon Coen als gouverneur-generaal van de VOC in Nederlands-IndiëBeeld Rijksmuseum

Vrijheidslaan
Sybrand Buma kwam met heldere uitspraken over de waan van het kritisch herzien van de namen van onze straten, bruggen, tunnels en waterwerken.

Alleen: waarom dan in Berlijn (en zovele andere Duitse steden) geen Adolf Hitler Platz of Hermann Göring Straße handhaven?

Klinken Reichskanzlerplatz (nu: Theodor Heuss Platz) of Ebertstraße zo veel zuiverder? En waarom moest dan eigenlijk Stalingrad Wolgograd gaan heten?

Zo werd in Amsterdam in 1945 de Amstellaan omgedoopt in Stalinlaan. Stalin was een van de bevrijders immers, een geweldenaar!

Ofschoon Chroesjtsjov al in februari 1956 de ontmaskering van Stalin was begonnen, overtuigde de ­inval in Hongarije (oktober '56, nota bene op initiatief van Chroesjtsjov) de Amsterdamse gemeente­raad pas van het feit dat een stad als Amsterdam geen Stalinlaan behoorde te hebben. 'Vrijheidslaan' leek een meer gepaste benaming. Verstandig toch, of niet?

Er is blijkbaar toch iets aan de hand met die naamgeving, ook al klinkt het pleidooi van Buma nog zo doordacht en rationeel.

Het blijft een lastig probleem, onze straten en pleinen, tunnels en bruggen, te vernoemen naar dubieuze 'helden', die de toets der ethiek allerminst kunnen doorstaan.

Een suggestie. Wanneer we de kern van de argumentatie van de voorstanders van verandering van 'besmette' namen - beschouw de besmette helden vanuit het perspectief van hun eigen tijd - nu eens hanteren om de naamgeving kritisch te lijf te gaan.

Gaat het om vermeende geweldenaars die ook in hun eigen tijd en samenleving al ruimschoots kritiek kregen op hun zogenaamd manhaftig optreden (Hitler, Stalin, Franco, Mao en meer van dit soort bloeddorstige genieën), dan oordeelt die tijd zélf over hen - en lijkt het vereeuwigen van hún namen in onze monumenten een moreel onjuiste zaak.

Is er in de betreffende periode en maatschappij geen sprake van ruime negatieve kritiek op hun handelen, laten we dan hun belang voor de historie laten prevaleren boven onze eigentijdse more­le veroordeling en hun namen in de be­naming van onze monumenten van trots (een dijk, een tunnel, een fraaie straat of stadsdeel) gewoon laten bestaan.

Natuurlijk zit er een zwak punt in deze redenering. Hoe dichter we onze eigen tijd en samenleving naderen, des te meer kritiek op en verzet tegen 'grote' historische figuren geuit wordt en ook een platform krijgt. Iedere burger blijkt een stem te hebben, die hij ook laat horen.

Mag je een straat, plein of tunnel niet meer naar Willem Drees noemen omdat hij de moordpartijen in Nederlands-Indië heeft verordonneerd? Daar was toch ook veel verzet tegen?

En Abraham Lincoln was dan wel een visionair president, maar hij had een halve natie als fel tegenstander. Hoe moet dat dan met onze beoordelingsnorm? Wij mensen raken soms verstrikt in ons eigen betoog.

Laat ons niet helemaal vervreemden van ons historisch erfgoed. Echter mét de kanttekening en een gedegen historische toelichting dat ieder mens die een ander naar het leven staat, om wat voor motieven ook, immoreel gedrag vertoont.

J.H.E. Rees, historicus

Regisseurs
Dat gekneuter over de naam van de Coen­tunnel moet maar eens afgelopen zijn. Het is ondoenlijk om in alle aanwijzingen en op alle borden die naam te wijzigen.

Laten we gewoon met elkaar afspreken dat die tunnel niet is genoemd naar Jan Pieterszoon Coen, maar dat het een eerbetoon is aan Joel en Ethan Coen, de beste regisseurs ooit.

Probleem opgelost.

Herman Limburg, Amsterdam

Krijg
Gossie, wat typisch nou, dat we eerst een premier van het CDA hadden die zo ferm achter de VOC stond en nu dan de lijsttrekker van datzelfde het CDA hebben die de naam van ijzervreter Coen liever niet gewist ziet.

Echt christelijk was die VOC niet, sterker nog, het was een bedrijf dat ons zowel de Gouden Eeuw opleverde als onnoemlijk veel leed, vaak elders.

Ik stond paf toen ik in een van de panden van de UvA aan de Hoogstraat en Kloveniersburgwal las hoeveel soldaten en matrozen er tussen 1600 en 1800 naar de Oost werden uitgezonden. Dat waren er één miljoen. De helft daarvan werd op het binnenplein daar in het Oost-Indisch Huis gekeurd.

Coen vroeg zich in een brief aan de Heeren Zeven­tien (nog voor hij gouverneur-generaal van de VOC werd) af of, en dit vast retorisch, of die Heeren wel wisten dat er voor de handel in Azië wapens nodig waren, en dat die betaald moesten worden uit de baten van de handel: dat er geen handel zonder krijg en geen krijg zonder handel mogelijk was? Krijg betekende oorlog en oorlog was het toen zowat altijd!

Misschien hoeven we Coens naam niet te wissen, integendeel: geef beide heren - Coen én Buma - snel een plaatsje in de huidige tentoonstelling van het Tropenmuseum. Het bericht over Buma lijkt naadloos te passen in het thema 'Heden van het slavernijverleden'.

Bij die vitrine mag Slave Driver van Bob Marley niet ontbreken, al was het maar omdat de Indische slavenhandel richting onder andere de Antillen en Suriname buiten deze overigens prachtige tentoonstelling viel (hoe dan ook een omissie).

Wouter Krijbolder, Den Bosch

Want Godt met ons is
De christen Sybrand Buma heeft er bezwaar tegen dat de openbare basisschool J.P. Coen in de Indische Buurt in Amsterdam een andere naam kiest.

Jan Pieterszoon Coen spoorde bijna vier eeuwen geleden de Heeren Zeventien, het bestuur van de VOC, herhaaldelijk krachtig aan hem volk, schepen en geld te zenden: '... dit doende, sal alles wel gelucken; soo niet, sal 't U.E. berouwen.

Dispereert niet, ontsiet uwe vijanden niet, daer en is ter werelt niet dat ons can hinderen noch deeren, want Godt met ons is; en trect de voorgaende mislagen in geen consequentie, want daer can in Indien wat groots verricht, ende daer connen tegelijck jaerlicx groote rijcke retoeren gesonden worden.'

Wat er met christelijke scholen gebeurt, daarmee moet de CDA-leider zich maar bemoeien, maar een openbare school naar Jan Pieterszoon Coen blijven vernoemen, is nu niet meer goed te praten.

C.H. Wiedijk, Egmond aan Zee

Lees het interview met Buma terug: 'Handen af van de Coentunnel'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden