Tinkebell. Beeld Artur Krynicki
Tinkebell.Beeld Artur Krynicki

Leven zonder iets te gebruiken waarvoor dieren zijn gestorven, is zo goed als onmogelijk

PlusTinkebell

Tinkebell

Het was weer eens een themaatje, lately. Afgelopen week was ik te gast in Het Noordbrabants Museum in Den Bosch (tip!) om daar te praten over het bekendste werk van kunstenaar Wim Delvoye: de varkens die hij ta­toeëer­de en daarmee tot levende kunstwerken verhief. Na hun natuurlijke dood prepareerde hij de huiden en die hingen ingelijst in het museum. Terugkerende vraag die werd gesteld: mag je dieren gebruiken in de kunst?

Toevallig, déze week stond voor het eerst een van de duizenden mensen die mij in de afgelopen twintig jaar hebben bedreigd voor de rechter. De reden om mij dood te wensen? Ik maakte ooit een tas van mijn kat. Ook hier gaat de discussie die mensen doorgaans snel voeren over de grenzen van kunst. Is het geoorloofd om dieren in te zetten als materiaal? “Kan je niet een schilderij maken van een kat die je tot tas hebt getransformeerd? Dan hoeven er geen dieren aan te pas te komen.”

Maar juist daar zit de denkfout. Ook in verf zitten dode dieren verwerkt. In geprepareerde doeken. In penselen. In klei. Eigenlijk in bijna alles.

Zo goed als elk materiaal dat is verlijmd, dat moet plakken of moet glimmen bestaat voor een deel uit verwerkte restanten van dode dieren. En nee, die dieren zijn doorgaans niet op natuurlijke wijze gestorven. En nee, het leven voorafgaand aan de dood was ook geen feest.

Zelfs voor de meest diehard principiële veganisten is het zo goed als onmogelijk om te leven zonder iets te gebruiken waarvoor dieren zijn gestorven. Het asfalt op de wegen, de bakstenen van onze huizen, maar ook de A4'tjes waarop we teksten printen.

Toegegeven, veel van het gebruikte materiaal bestaat uit restanten van een wereldwijde enorme industrie waarin dieren niks dan materiaal zijn en alles, alles, alles wordt gebruikt. Maar dan nog, zelfs wie in de rimboe volledig zelfvoorzienend op een houtje bijt, ontkomt haast niet aan het gebruik van dieren en dierlijke materialen om te overleven.

De vraag of je dieren mag gebruiken voor het maken van kunst is daarom een belachelijke vraag. Want natuurlijk mag dat, simpelweg omdat het (bijna) niet anders kan en iets met een gelijkheidsbeginsel.

De echte vraag, die men niet stelt, maar wel bedoelt te stellen, is of een kunstenaar zíchtbaar dieren mag inzetten en een publiek zo mag confronteren met dingen die we liever niet zien.

Een tweede vraag, wellicht nog interessanter, is of voor een kunstenaar hetzelfde privilege geldt als voor een varkens- of kippenfokker, een slager of een visser: mag een kunstenaar dieren mishandelen?

Het juridische antwoord daarop is nee. Het ethische antwoord zou er een van verontwaardiging moeten zijn. Want waarom mogen dierenfokkers, slagers of vissers dit eigenlijk wel? En waarom zijn het juist de kunstenaars die het meest worden bekritiseerd terwijl zíj het zijn die u (slechts) een spiegel voorhouden?

Tinkebell schrijft elke week een column in Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden